FLEX-boek - 6 vwo 4.1 - Endogene processen - 5.4
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- aardbeving
- een schok of een reeks schokken in de aardkorst, meestal veroorzaakt door plaatbewegingen
- aardkern
- het binnenste deel van de aarde waar warmte ontstaat
- aardkorst
- het buitenste laagje van de aarde dat bestaat uit stukken oceaanbodem en stukken continent
- aardmantel
- het deel van de aarde tussen de aardkern en de aardkorst; het bestaat uit de binnenmantel en buitenmantel
- aardwetenschappen
- wetenschap die zich bezighoudt met de processen in en op de aarde (hydrosfeer, atmosfeer) en de gevolgen daarvan
- actualiteitsprincipe
- het idee dat processen in het verleden hetzelfde verliepen als processen tegenwoordig
- asthenosfeer
- het gedeelte van de mantel dat gedeeltelijk vloeibaar is en waar de lithosfeer overheen beweegt
- basalt
- stollingsgesteente dat ontstaat bij vulkaanuitbarstingen en veel in oceanische korst voorkomt
- basaltstroom
- uitvloeiende lavastroom bij divergente breuken en hotspots die basalt bevatten
- caldera
- een grote cirkelvormige krater, ontstaan nadat het bovenste deel van de vulkaan is weggeblazen na een zeer krachtige eruptie of is ingestort in het snel leeglopen van de magmakamer
- convergerende plaatgrenzen
- de plaatgrenzen waarbij aardplaten naar elkaar bewegen
- divergerende plaatgrenzen
- de plaatgrenzen waarbij aardplaten uit elkaar bewegen
- effusieve eruptie
- een vulkaanuitbarsting met een rustig verloop
- endogene processen
- processen die 'van binnenuit de aarde' op de aardkorst inwerken, zoals een aardbeving, vulkanisme, platentektoniek en gebergtevorming
- explosieve eruptie
- een explosief verlopende uitbarsting van een vulkaan
- geologische tijdschaal
- de indeling van de geschiedenis van de aarde in tijdvakken
- geomorfologie
- wetenschap die de vorming van het landschap bestudeert en de processen die daarbij een rol spelen
- graniet
- stollingsgesteente dat ondergronds stolt
- hotspot
- plek op aarde waar in de aardmantel pluimen van zeer heet magma omhoogkomen
- lithosfeer
- de aardkorst en het bovenste deel van de aardmantel die samen als aardplaten bewegen
- magnitude
- de sterkte van een aardbeving gemeten aan de hand van de hoeveelheid vrijgekomen energie
- mantelpluim
- plek in de mantel waar stijging plaatsvindt van extra heet magma; dit veroorzaakt hotspots aan de oppervlakte
- midoceanische rug
- een wereldwijd aaneengesloten 'onderwatergebergte' op de oceaanbodem, ontstaan doordat oceanische korst uit elkaar drijft
- momentmagnitudeschaal
- schaal om magnitude van aardbevingen te meten; opvolger van schaal van Richter
- paleogeografie
- wetenschap die de ligging en beweging van de continenten op aarde door de geologische geschiedenis heen bestudeert
- platentektoniek
- het bewegen van de aardplaten
- pyroklastica
- al het materiaal dat bij een vulkaanuitbarsting in de lucht wordt geslingerd, zoals lava, as en stenen
- ridge push
- kracht die optreedt bij de midoceanische rug waar oceanische lithosfeer door zijn gewicht de rest van de aardplaat zijdelings wegduwt
- schildvulkaan
- een vulkaan die ontstaat doordat de dun vloeibare basaltische lava 'rustig' vanuit de krater uitstroomt en een uitgestrekt gebied kan bedekken
- seismologie
- wetenschap die zich bezighoudt met aardbevingen
- slab pull
- wegzakkende oceanische lithosfeer trekt door zijn gewicht de rest van de aardplaat met zich mee de mantel in
- stratovulkaan
- kegelvormige vulkaan die bestaat uit een gelaagde opbouw van afwisselend as- en lavalagen
- subductie
- het wegduiken van de oceaanbodem in de aardmantel
- transforme plaatgrenzen
- de plaatgrenzen waarbij aardplaten langs elkaar bewegen
- trog
- de diepste plaatsen in de zeebodem die ontstaan waar oceanische korst onder andere korst wordt geduwd
- tsunami
- golven die ontstaan door aardbevingen op de bodem van de oceaan
- viscositeit
- hoe vloeibaar een vloeistof is; een hoge viscositeit betekent dat de stof erg stroperig is
- vulkanisme
- met betrekking tot vulkanische activiteiten