geschiedenis begrippen
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (37)
Origineel
- Red Scare
- Angst in de Verenigde Staten dat het socialisme en vooral de radicale versie daarvan een gevaar vormde voor het land.
- Spionage- en Oproerwetten van 1917
- Wetten die werden ingevoerd om verzet tegen deelname aan de Eerste Wereldoorlog tegen te gaan; kritiek op de oorlog werd strafbaar.
- Isolationisme
- Buitenlandse politiek waarbij de Verenigde Staten zich zo weinig mogelijk met andere landen bemoeiden.
- Volkenbond
- Internationale organisatie die invloed op de wereldpolitiek zou krijgen; de Verenigde Staten werden uiteindelijk geen lid.
- Weimarrepubliek
- De democratische republiek die na de afzetting van keizer Wilhelm II in Duitsland werd ingevoerd.
- Herstelbetalingen
- Financiële verplichtingen die Duitsland volgens het Verdrag van Versailles moest betalen na de Eerste Wereldoorlog.
- Hyperinflatie
- Situatie waarin geld razendsnel minder waard wordt doordat de regering geld laat bijdrukken.
- Dawesplan
- Plan om Duitsland economisch te helpen zodat het zijn herstelbetalingen weer kon doen; gefinancierd door internationale banken.
- Beurskrach
- Snelle en sterke daling van aandelenkoersen door massale verkoop.
- Zwarte Donderdag
- 24 oktober 1929, de dag waarop grote paniek uitbrak op de beurs van Wall Street.
- Grote Depressie
- De wereldwijde economische crisis die volgde op de beurskrach.
- New Deal
- De aanpak van Roosevelt om de economische crisis te bestrijden met overheidsingrijpen.
- Fireside chats
- Radiotoespraken waarin Roosevelt uitlegde welke oplossingen zijn regering had bedacht.
- Works Progress Administration (WPA)
- Organisatie die grootschalige werkgelegenheidsprojecten uitvoerde tijdens de New Deal.
- Social Security Act
- Wet die verplichte sociale premies invoerde voor pensioen, ziektekosten en werkloosheid.
- Volksküche
- Gaarkeuken waar werklozen en armen gratis of goedkoop eten kregen.
- NSDAP
- Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij van Adolf Hitler.
- Fascisme
- Ideologie waarin individuele belangen ondergeschikt zijn aan het staatsbelang en een sterke leider centraal staat.
- Totalitaire staat
- Staat waarin alleen de ideeën van de leider of partij de ruimte krijgen en geen oppositie wordt toegestaan.
- Nationaalsocialisme
- Ideologie van de nazi’s, gebaseerd op fascisme en racisme.
- Lebensraum
- Gebied dat volgens Hitler nodig was voor het overleven van het Germaanse ras.
- Volksgemeinschaft
- Saamhorigheid onder Duitsers, zonder kapitalisme, liberalisme en parlementaire democratie.
- Appeasement-politiek
- Politiek van toegeven aan Hitler om een oorlog te vermijden.
- Anschluss
- Aansluiting van Oostenrijk bij het Duitse Rijk.
- Blitzkrieg
- Snelle oorlogvoering met moderne legers en verrassingsaanvallen.
- Molotov-Ribbentroppact
- Niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en de Sovjet-Unie, met een geheime verdeling van Polen.
- Operatie Barbarossa
- Duitse aanval op de Sovjet-Unie in 1941.
- As-mogendheden
- Bondgenootschap van Duitsland, Italië en Japan.
- Accommodatie
- Zich aanpassen aan de bezetter om het leven zo normaal mogelijk te laten verlopen.
- Collaboratie
- Samenwerken met de Duitse bezetter.
- Arbeitseinsatz
- Verplichte tewerkstelling van Nederlandse mannen in Duitsland.
- Verzet
- Illegale acties tegen de Duitse bezetter, zoals hulp aan onderduikers en sabotage.
- Hongerwinter
- Winter van 1944–1945 waarin grote voedseltekorten heersten in West-Nederland.
- Kristallnacht
- Nacht van 9 op 10 november 1938 waarin Joodse huizen, winkels en synagogen werden vernield.
- Neurenberger rassenwetten
- Wetten die Joden hun burgerrechten ontnamen en relaties met niet-Joden verboden.
- Wannseeconferentie
- Bijeenkomst waarin werd besloten hoe de genocide op de Joden uitgevoerd zou worden.
- Endlösung
- De ‘eindoplossing’ van het ‘Jodenvraagstuk’: systematische moord op Joden.