Wirtschaft und Gesellschaft - Economie en maatschappij
Publiek
Woorden in deze lijst (87)
Origineel
- die Aktie
- het aandeel (op de beurs)
- das Alter
- de leeftijd
- die Anzeige
- de advertentie/
de aangifte - die Armut
- de armoede
- der Aufstieg
- de opkomst/
de promotie - der Aufwand
- de inzet
- die Aufforderung
- het (dringende) verzoek
- der Aufschwung
- de opbloei (bv. van de economie, wetenschappen)/
de Aufschwung - der Ausgleich
- de (financiële) compensatie/
(sport) gelijkmaker - die Auswertung
- de evaluatie
- der Bedarf
- de behoefte
- die Behörde
- de dienst/
de overheid - der Bereich
- het gebied/
het terrein (figuurlijk) - die Beschäftigung
- de bezigheid/
het werk/ de baan/ de werkgelegenheid - der Betreiber
- de exploitant/
iemand die bv. - das Bewusstsein
- het besef/
het bewustzijn - der Ertrag/
der Erlös - de opbrengst
- der /
die Erwerbstätige - iemand die betaalde arbeid verricht
- der Etat
- het budget
- das Gehalt
- het salaris
- das Gewerbe
- de tak van industrie/
bedrijfstak/ beroep - die Gewerkschaft
- de vakbond
- die Gleichberechtigung
- de emancipatie
- die Grundlage
- de basis
- der Gutschein
- de tegoedbon
- der Hersteller
- de fabrikant
- der Konkurs
- het faillissement
- die Kundschaft
- de klanten(kring)
- die Messe
- de jaarbeurs
- der Rabatt
- de korting
- die Rente
- de pensioen
- der Rentner/
die Rentnerin - de gepensioneerde
- die Schicht
- de bevolkingslaag/
de dienst - der Schmarotzer
- de parasiet
- die Sozialleistungen
- de uitkeringen
- der Spitzel
- de spion
- die Stiftung
- de stichting
- der Streik
- de staking
- die Tarifverhandlungen
- de cao-onderhandelingen
- die Umfrage
- de enquête
- der Umstand
- de situatie/
de omstandigheden - das Verständnis
- het begrip
- der Vertreter/
die Vertreterin - de vertegenwoordiger/
de vervanger - der Vorstand
- het bestuur/
de directie - die Wahl
- de verkiezingen
- die Währung
- de valuta/
de munteenheid - die Wende
- het keerpunt
- die Werbung
- de reclame
- der Wettbewerb
- de concurrentie/
de wedstrijd/ de prijsvraag - die Wirtschaft
- de economie/
het bedrijfsleven - der Wohlstand
- de welvaart
- die Zinsen
- de rente
- belasten
- bezwaren
- berücksichtigen
- rekening houden met
- bewältigen
- verwerken/
onder de knie krijgen - bewerten
- beoordelen
- bezeichnen
- aanduiden/
kenmerken - einstufen
- classificeren/
indelen - enthalten
- onthouden/
bevatten - entlassen
- ontslaan
- erfassen
- registreren
- erledigen
- afhandelen/
uitvoeren - erstatten
- vergoeden
- erzeugen
- opwekken/
veroorzaken - fällig sein
- noodzakelijk zijn/
dringend moeten gebeuren - fördern
- bevorderen/
steunen - genehmigen
- vergunning geven voor
- gerben
- (leer)looien
- hemmen
- remmen
- kündigen
- opzeggen (huur, baan)/
ontslag nemen - Pleite machen
- failliet gaan
- schüren
- opstoken
- schwanken
- variëren
- veranlassen
- ervoor zorgen
- vorantreiben
- bespoedigen/
vaart zetten achter iets - zurücklegen
- (afstand) afleggen
- auf Zeit
- tijdelijk
- erforderlich
- vereist/
noodzakelijk - erheblich
- aanzienlijk
- laut
- volgens
- naturbelassen
- natuurlijk/
onbewerkt - spenden
- doneren
- unmittelbar
- direct
- verlässlich
- betrouwbaar
- vollständig
- volledig
- wohlhabend
- welvarend
- zuzüglich (zzgl.)
- exclusief/
niet inbegrepen