Het parlement controleert
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- Parlementaire democratie
- Een staatsvorm waarbij de bevolking de volksvertegenwoordigers kiest.
- Staten-Generaal
- De officiële naam van het Nederlandse parlement, bestaande uit de Eerste en Tweede Kamer.
- Fractie
- De groep vertegenwoordigers van een politieke partij in een gekozen orgaan.
- Regeringsfracties
- De politieke partijen in het parlement die ook ministers in de regering hebben.
- Regeerakkoord
- Een document waarin de belangrijkste plannen van de regering voor de komende jaren staan.
- Oppositiepartijen
- Alle politieke partijen in het parlement die niet in de regering zitten.
- Trias politica
- De verdeling van de macht in een wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
- Wetgevende macht
- De macht om wetten te maken, die in Nederland wordt gedeeld door de regering en het parlement.
- Uitvoerende macht
- De macht om wetten uit te voeren, die in handen is van de ministers.
- Stemrecht
- Het recht van de Eerste en Tweede Kamer om een wetsvoorstel te aanvaarden of te verwerpen.
- Budgetrecht
- Het recht van het parlement om de rijksbegroting van de ministeries wel of niet goed te keuren.
- Recht van initiatief
- Het recht van leden van de Tweede Kamer om zelf een wetsvoorstel in te dienen.
- Recht van amendement
- Het recht van de Tweede Kamer om wijzigingen aan te brengen in een wetsvoorstel.
- Recht om vragen te stellen
- Het recht van Kamerleden om schriftelijk of mondeling informatie te vragen aan ministers of staatssecretarissen.
- Recht om een motie in te dienen
- Een verzoek van het parlement aan een minister om iets te doen of juist niet te doen.
- Motie van wantrouwen
- Een uitspraak waarmee het parlement het vertrouwen in een minister opzegt.
- Recht van interpellatie
- Het recht van Kamerleden om een spoeddebat aan te vragen over een actuele kwestie.
- Recht van onderzoek en enquête
- De mogelijkheid voor het parlement om een onderdeel van het regeringsbeleid grondig te onderzoeken.
- Politieke cultuur
- De manier waarop politici met elkaar omgaan en besluiten nemen.
- Poldermodel
- De Nederlandse politieke cultuur van veel overleggen en het sluiten van compromissen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–