3. Van de bergen naar de zee
Publiek
Woorden in deze lijst (26)
Origineel
- aardkorst
- De vaste buitenste schil van de aarde, tussen de 6 en 70 km dik.
- benedenloop
- Het laatste stuk van de rivier bij de zee, waar weinig reliëf is en waar de rivier langzaam stroomt.
- bovenzijde
- Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.
- condenseren
- Het veranderen van waterdamp (gasvormig) in vloeibaar water.
- dekzand
- Zand dat de wind in de laatste ijstijd, een koude periode tussen ongeveer 115.000 en 12.000 jaar geleden, in Nederland heeft neergelegd.
- duin
- Hoogte van zand, die door de wind is neergelegd.
- eeuwige sneeuw
- De sneeuw in het hooggebergte die het hele jaar blijft liggen.
- erosie
- De schurende werking van water, ijs en wind.
- gemengde rivier
- Rivier die behalve neerslag ook smeltwater van gletsjers en sneeuw afvoert.
- gletsjer
- Hooggelegen ijsmassa (bijvoorbeeld in een gebergte) die heel langzaam naar beneden stroomt.
- gletsjerpuin
- Het sediment dat door ijs wordt meegenomen en ergens wordt neergelegd. Heet ook morene.
- gletsjerrivier
- Rivier die alleen smeltwater van gletsjers en sneeuw afvoert.
- middenloop
- Het deel van de rivier tussen de bovenloop en de benedenloop waar nog wel wat reliëf is, maar waar de rivier minder snel stroomt dan in de bovenloop.
- monding
- Het gebied waar een rivier de zee in stroomt of waar een zijrivier in de hoofdrivier stroomt.
- morene
- Het sediment dat door ijs wordt meegenomen en ergens wordt neergelegd. Heet ook gletsjerpuin
- plaat
- Een gebroken stuk van de aardkorst.
- regenrivier
- Rivier die alleen neerslag afvoert.
- sediment
- Het materiaal – zoals stenen, steentjes, grind, zand en klei – dat water, ijs en wind meenemen en ergens anders neerleggen.
- sedimentatie
- Het neerleggen van materiaal door water, ijs en wind.
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op een rivier.
- stuwwal
- Een door ijs omhoog geperste heuvel.
- U-dal
- Dal dat de vorm van een U heeft en is ontstaan door de schurende werking van een gletsjer.
- V-dal
- Dal dat de vorm van een V heeft en is ontstaan door de schurende werking van een rivier.
- verdampen
- Het veranderen van vloeibaar water in waterdamp (gasvormig).
- verwering
- Het uit elkaar vallen van vast gesteente door temperatuurverschillen, water en plantenwortels.
- waterkringloop
- De voortdurende verplaatsing van water, waarbij het water steeds overgaat van de ene toestand (fase) in de andere: vast, vloeibaar en gasvormig.