Het vertellen van verhalen
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Narratologie
- De verzamelnaam voor basisbegrippen uit de verhaaltheorie.
- Flat characters
- Bijfiguren met een dienende rol waarvan de karakters nauwelijks zijn uitgewerkt.
- Round characters
- Complete, geloofwaardige personages die in de loop van het verhaal een ontwikkeling doormaken.
- Expliciete karakterisering
- Een vorm van karakterisering waarbij de verteller direct informatie geeft over het karakter van een personage.
- Impliciete karakterisering
- Een vorm van karakterisering waarbij de lezer zelf het karakter van het personage ontdekt.
- Plot
- De gebeurtenissen in een verhaal, ook wel handelingen of verhaalgeschiedenis genoemd.
- Verteltijd
- De tijd die nodig is om een verhaal te vertellen of te lezen, bijvoorbeeld uitgedrukt in zinnen.
- Vertelde tijd
- De tijd die de gebeurtenissen in het verhaal in werkelijkheid in beslag nemen.
- Tijdsvertraging
- Een techniek waarbij de tijd wordt opgerekt door een gebeurtenis heel uitgebreid te beschrijven.
- Ruimte
- De setting die de sfeer van een verhaal bepaalt en de gevoelens van de hoofdpersoon kan versterken.
- Vertelperspectief
- De positie van waaruit de lezer de gebeurtenissen en personages in het verhaal beleeft.
- Vertellend ik
- Een verteller die in de ik-vorm over gebeurtenissen en personages uit het verleden vertelt.
- Belevend ik
- Een verteller die in de ik-vorm deelneemt aan de gebeurtenissen op het moment dat ze plaatsvinden.
- Onbetrouwbaar perspectief
- Een subjectief perspectief waarbij onduidelijk is of de waarnemingen van de verteller overeenkomen met de waarheid.
- Personale verteller
- Een verteller in de hij/
zij-vorm die niet merkbaar aanwezig is en het verhaal door de ogen van personages laat beleven. - Auctoriale verteller
- Een alwetende verteller die boven het verhaal staat en inzicht heeft in alle personages en tijden.
- Neutraal perspectief
- Een perspectief waarbij de verteller afwezig lijkt en de gebeurtenissen enkel registreert als een camera.
- Stijl
- De karakteristieke manier waarop een schrijver taal gebruikt om een verhaal te vertellen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–