Opbouw in alinea’s
Publiek
Woorden in deze lijst (11)
Origineel
- Verwijswoorden
- Woorden die de schrijver gebruikt in plaats van eerder genoemde woorden of zinnen om onnodige herhalingen te voorkomen.
- Signaalwoorden
- Woorden waaraan je kunt zien welk verband er is tussen zinnen en alinea's.
- Tekstverband
- Het verband tussen zinnen en alinea's waaruit blijkt wat ze met elkaar te maken hebben.
- Opsomming
- Na elkaar opnoemen van een aantal punten of onderdelen.
- Tegenstelling
- Twee dingen opnoemen die tegenover elkaar staan, die verschillend zijn.
- Reden
- Waarom iemand iets doet, waarom iets gebeurt.
- Voorbeeld
- Een uitspraak wordt gevolgd door een of meer voorbeelden.
- Oorzaak-gevolg
- Er is iets gebeurd (de oorzaak), waardoor er iets anders gebeurde (het gevolg).
- Middel-doel
- Iets wordt gedaan (het middel) om daarmee iets te bereiken (het doel).
- Voorwaarde
- Er moet eerst iets gebeuren of gedaan worden, voordat iets anders kan gebeuren.
- Conclusie
- Nadat alles op een rij is gezet, volgt er een oordeel, een slotsom, het uiteindelijke resultaat.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–