1 VWO/GYMNASIUM (MAX 2019) - Hoofdstuk 4 Water
Publiek
Woorden in deze lijst (45)
Origineel
- aquifer
- Een waterhoudende laag in de ondergrond.
- benedenloop
- Laatste deel van een rivier vanaf de bron tot aan de monding.
- bovenloop
- Eerste deel van een rivier vanaf de bron tot aan de monding.
- bron
- Begin van een rivier.
- debiet
- De hoeveelheid water die een rivier per seconde afvoert.
- dijk
- Door mensen gemaakte wal langs een rivier of de zee om het land tegen overstromingen te beschermen.
- dijkring
- Gebied dat door dijken omringd wordt en het gebied beschermt tegen overstromingen.
- droogmakerij
- Polder die is ontstaan door het droogleggen van een plas of (deel van) een meer.
- duinen
- Door de wind opgeblazen zandheuvels.
- evapotranspiratie
- Verdamping van water uit oppervlaktewater, bomen, planten en de bodem.
- fossiel water
- Water in aquifers (waterhoudende lagen) dat al duizenden jaren in de ondergrond zit.
- gemaal
- Een elektrische pomp die water uit een polder pompt.
- gemengde rivier
- Rivier die zijn water krijgt van zowel smeltwater van gletsjers als van neerslag.
- gletsjer
- Ijsmassa die langzaam uit een gebergte naar beneden schuift.
- gletsjerrivier
- Rivier die zijn water vooral ontvangt van smeltwater van een gletsjer.
- grondwater
- Water dat in de bodem alle poriën vult.
- infiltratie
- Water zakt in de bodem en komt in het grondwater terecht.
- korte waterkringloop
- Als water vanuit zee verdampt en daar als neerslag weer in terechtkomt.
- lange waterkringloop
- Als water vanuit zee verdampt, op het land als neerslag terechtkomt en uiteindelijk weer de zee bereikt.
- legenda
- Lijst met de verklaring van de kleuren en tekens op een kaart.
- meanderen
- Het kronkelen van rivieren met grote bochten.
- middenloop
- Deel van een rivier tussen bovenloop en benedenloop.
- monding
- Plek waar een rivier in de zee stroomt.
- noordpijl
- Pijl die aangeeft welke kant van de kaart het noorden is.
- ontziltingsinstallatie
- Een apparaat/
fabriek waarmee je zeewater drinkbaar maakt. - oppervlaktewater
- Water dat zichtbaar is aan de oppervlakte van de aarde.
- overzichtskaart
- Kaart die een beeld geeft van een groter gebied.
- plattegrond
- Een kaart met wegen en straten in een klein gebied.
- polder
- Door dijken omgeven gebied waar de waterstand kunstmatig kan worden geregeld.
- regenrivier
- Rivier die zijn water ontvangt van de neerslag.
- regiem
- De verdeling van de waterafvoer van een rivier over het jaar.
- schaal
- Getal dat aangeeft hoeveel de werkelijkheid is verkleind.
- stroomgebied
- Gebied dat zijn water afvoert via één hoofdrivier.
- stuwdam
- Een dam die zorgt voor de afsluiting van een kunstmatig meer.
- thematische kaart
- Een kaart van een gebied over één onderwerp.
- topografische kaart
- Zeer nauwkeurige overzichtskaart met een grote schaal.
- verdamping
- Vloeistof wordt gas. Voorbeeld: water wordt waterdamp.
- verhang
- De gemiddelde helling van een rivier door het hoogteverschil tussen twee punten in de rivier te delen door de afstand.
- verval
- Het hoogteverschil in meters tussen twee punten in een rivier.
- waterschaarste
- Gebrek aan voldoende schoon water, omdat de vraag naar water groter is dan de aanvoer.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.
- watervoetafdruk
- Totale waterverbruik per persoon per jaar.
- zeepolder
- Een polder die ontstaat door het inpolderen van een door de zee aangeslibd stuk land.
- zeewering
- De kustbescherming tegen overstromingen van de zee zoals duinen en dijken.
- zoet water
- Water waarin weinig zout is opgelost. Drinkwater is zoet water.