MEMO - 4/5/6 vwo - 2.1 - begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- absolutisme
- Een regeringsvorm waarin de koning alle macht heeft en zelf boven de wet staat.
- algemene wil
- De gedachte dat de wetten in een land direct moeten overeenkomen met wat het volk gezamenlijk wil.
- centralisatie
- Het streven van heersers om hun gebied vanuit één punt te besturen en in het hele grondgebied gelijke wetten en belastingen in te voeren.
- directe democratie
- Vorm van bestuur waarbij alle burgers het recht hebben om mee te beslissen over het beleid.
- droit divin
- Het goddelijk recht op basis waarvan de koning met absolute macht regeert.
- empirisme
- De overtuiging dat je de werkelijkheid het beste leert kennen door waarneming via de zintuigen, met name door te experimenteren.
- humanisme
- De cultuur van geleerden uit de tijd van de renaissance. Humanisten oriënteerden zich sterk op de literatuur en geschiedenis uit de oudheid.
- natuurrecht
- Het geheel van rechten die ieder mens van nature heeft, zoals het recht op leven, bezit en vrijheid.
- publieke opinie
- Mening die door het grootste deel van het volk wordt gedeeld en die tot stand komt door een openbaar debat tussen burgers.
- rationalisme
- De overtuiging dat logisch en verstandelijk redeneren de zuiverste bron van kennis is.
- scheiding der machten
- Het principe dat in een staat wetgevende macht (maken van wetten), uitvoerende macht (uitvoeren van wetten) en rechtsprekende macht (rechtspraak) gescheiden zijn en nooit in één persoon of instelling samen mogen komen.
- sociaal contract
- Een denkbeeldige overeenkomst tussen de burgers en de vorst over de wijze van bestuur.
- verlicht absolutisme
- Een bestuursvorm waarin een absoluut vorst het algemeen belang op een rationele manier zegt te dienen.
- Verlichting
- Aanduiding van een periode waarin een kritische houding ontstond tegenover geloof en traditie en een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld rationeel te doorgronden.
- vooruitgangsgedachte
- Een groot vertrouwen in de mogelijkheden van de mens om de wereld rationeel te doorgronden en te verbeteren.
- wetenschappelijke revolutie
- De ontwikkeling in de 17e-eeuwse wetenschap waarbij onderzoekers niet langer afgingen op wat de Bijbel, de kerk of auteurs in de klassieke oudheid vonden, maar zelf tot een mening kwamen door middel van zelfstandig denken, observeren en redeneren.