2.1 Jouw inkomsten en uitgaven
Publiek
Woorden in deze lijst (6)
Origineel
- Begroting
- Een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.
- Budget
- Het bedrag dat je kunt uitgeven.
- Huishoudelijke uitgaven
- Dagelijkse uitgaven. De uitgaven voor je huishouden, zoals voor boodschappen, voor persoonlijke verzorging, uitgaan en cadeautjes.
- Incidentele uitgaven
- Meestal grote uitgaven die je af en toe doet, zoals uitgaven voor kleding, apparaten en vakantie.
- Soorten inkomens
- Mensen kunnen een inkomen hebben in de vorm van: loon (salaris), winst, een uitkering.
- Vaste lasten
- Uitgaven die je met een vaste regelmaat moet betalen, zoals contributie van de sportclub, een abonnement of huur.
–
–
–
–
–
–