Spaans - Paso Adelante - 2 havo/vwo - Woordenlijst Nederlands/Spaans - V/W/Z
Publiek
Woorden in deze lijst (157)
Origineel
- vaak
- a menudo/
muchas veces - de vader
- el padre
- het vak
- la asignatura
- de vakantie
- las vacaciones
- vallen
- caerse
- vanaf
- desde
- vanavond/
vannacht - esta noche
- vandaag
- hoy
- vanmiddag/
vanavond - esta tarde
- vanmorgen
- esta mañana
- varen
- navegar
- vechten
- pelearse
- veel
- mucho/
-a - vegetarisch
- vegetariano/
-a - ver
- lejos
- verbeteren
- mejorar
- verbrand
- quemado/
-a - verdienen
- ganar
- de verdieping
- la planta
- vergeten
- olvidar
- de verjaardag
- el cumpleaños
- verkocht
- vendido/
-a - verleden
- pasado/
-a - verlegen
- tímido/
-a - verliefd
- enamorado/
-a - verliefd worden
- enamorarse
- verliezen
- perder
- vermakkelijk/
leuk - divertido/
-a - zich vermaken
- divertirse
- veronderstellen
- suponer
- verschillend
- distinto/
-a - verschijnen
- aparecer
- vertalen
- traducir
- vertellen
- contar
- vertrekken
- salir
- zich vervelen
- aburrirse
- vervelend/
saai - aburrido/
-a,pesado/ -a - het vestje
- la rebeca
- het vet
- la grasa
- vieren
- celebrar
- ik vind ... leuk
- me gusta
- vinden
- encontrar
- de viool
- el violín
- de vis
- el pez (dier)/
el pescado (als gerecht) - de vlag
- la bandera
- het vlees
- la carne
- het vliegtuig
- el avión
- vlug
- pronto
- het voetbal
- el fútbol
- het voetbalstadion
- el estadio de fútbol
- de vogel
- el pájaro
- volgen
- segui
- volgend
- próximo/
-a - volhouden
- aguantar
- voor
- delante de/
para/ por - het voorgerecht
- la entrada
- voorheen
- antes
- voorstellen aan
- introducir a
- zich voorstellen
- presentarse
- de voorstelling
- el espectáculo
- voorzichtig
- cuidado
- de vraag
- la pregunta
- vragen/
bestellen - pedir
- vreemd/
merkwaardig - extraño/
-a - het vriendje/
het vriendinnetje - el/
la novio/ -a - de vriend(in)
- el/
la amigo/ -a - vriendelijk
- amable
- vrijdag
- viernes
- de vrije tijd
- el ocio/
el tiempo libre - de vrijheid
- la libertad
- vroeg
- temprano
- vroeg opstaan
- madrugar
- vrolijk
- alegre
- de vrouw
- la mujer
- waar?
- ¿dónde?
- de waarheid
- la verdad
- waar naartoe?
- ¿adónde?
- waarom?
- ¿por qué?
- wakker worden
- despertarse
- wandelen
- caminar
- een wandeling maken
- dar un paseo
- de wandelsport
- el senderismo
- wanneer?
- ¿cuándo?
- want
- porque
- het is warm
- hace calor
- warm
- caliente
- wat?
- ¿qué?
- wat/
welk? - ¿cuál(es)?
- wat grappig!
- ¡qué gracia!
- wat jammer!
- ¡qué pena!/
¡qué lástima! - water
- el agua
- de wc
- el baño
- de website
- la página web
- de wedstrijd
- el concurso/
el partido - week
- la semana
- weekend
- el fin de semana
- weggaan
- irse
- weinig/
een beetje - poco/
-a - de wereld
- el mundo
- weten
- saber
- wie?
- ¿quién(es)?
- het wielrennen
- el ciclismo
- de wijn
- el vino
- willen
- querer (ie)
- de wind
- el viento
- de winkel
- la tienda
- het winkelcentrum
- el centro comercial
- winkelen
- ir de tiendas
- winnen
- ganar
- de winter
- el invierno
- de winterjas
- el abrigo
- de wiskunde
- las matemáticas
- wit
- blanco/
-a - woensdag
- miércoles
- wonderbaarlijk
- maravilloso/
-a - wonen
- vivir
- de woonkamer
- el salón
- het woord
- la palabra
- de wortel
- la zanahoria
- de zanger(es)
- el/
la cantante - het zat zijn
- estar harto/
-a de - zaterdag
- sábado
- de zee
- el mar
- de zeevruchten
- los mariscos
- zeggen
- decir
- zelfde
- mismo/
-a - ziek (zijn)
- (estar) enfermo/
-a - het ziekenhuis
- el hospital
- de ziekte
- la enfermedad
- zien
- ver
- zij/
hen - ellos/
-as - zijn/
gebeuren - ser
- zijn/
zich bevinden - estar
- de zin
- las ganas
- zin hebben in/
om - tener ganas de/
apetecer - zingen
- cantar
- zoals
- como
- zoeken
- buscar
- zoet
- dulce
- de zolder
- el ático
- de zomer
- el verano
- de zon
- el sol
- de zon schijnt
- hace sol
- zondag
- domingo
- zonnebaden
- tomar el sol
- de zonnebril
- las gafas de sol
- zonnig
- soleado/
-a - de zoon
- el hijo
- zich zorgen maken over
- preocuparse de
- het zout
- la sal
- zoveel
- tanto/
-a - het zuiden
- el sur
- de zus
- la hermana
- zwaar
- duro/
-a - het zwembad
- la piscina
- de zwembroek
- el bañador
- zwemmen
- nadar