Rivieren: de natuur
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Stroomstelsel
- De hoofdrivier en de zijrivieren samen.
- Stroomgebied
- Het gebied waarbinnen al het regenwater en grondwater via het stroomstelsel wordt afgevoerd.
- Waterscheiding
- De grens tussen twee stroomgebieden, vaak gevormd door een hoger gelegen deel van het landschap zoals een gebergte.
- Lengteprofiel
- De verandering in hoogte van een rivier van de bron tot de monding, opgedeeld in bovenloop, middenloop en benedenloop.
- Bovenloop
- Het deel van de rivier boven in de bergen waar de rivier ontspringt en vaak snel stroomt door een groot hoogteverschil.
- Middenloop
- Het middelste deel van een rivier in lager gelegen, vaak heuvelachtig gebied, waar de rivier breder wordt.
- Benedenloop
- Het laatste deel van de rivier voordat deze uitmondt in zee, gekenmerkt door een lage stroomsnelheid en veel sedimentatie.
- Verval
- Het hoogteverschil tussen twee plekken langs een rivier.
- Verhang
- Het hoogteverschil per kilometer langs de rivier, berekend door het verval te delen door de afstand.
- Gletsjerrivier
- Een rivier die bestaat uit het smeltwater van gletsjers hoog in de bergen.
- Regenrivier
- Een rivier die gevoed wordt door regenwater dat via het grondwater en zijrivieren in de hoofdrivier terechtkomt.
- Gemengde rivier
- Een rivier die bestaat uit zowel smeltwater van gletsjers als regenwater.
- Regiem
- De schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende het jaar.
- Debiet
- De hoeveelheid water die een rivier op een bepaalde plek per tijdseenheid, vaak in seconden, afvoert.
- Piekafvoer
- Een plotselinge, zeer hoge waterafvoer van een rivier die kan zorgen voor wateroverlast.