Aardrijkskunde leuke begrippen!3wnjkadbnajkb32UI Deel 1
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Aanlandige wind
- wind vanaf zee. Heet ook zeewind
- aflandige wind
- wind vanaf land
- boomgrens
- Grens tussen een gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door lage temperatuur (kouder dan 10 graden celsius in de zomer).
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar
- eeuwige sneeuw
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- droog klimaat
- Klimaat met weinig of geen neerslag.
- Gelede kust
- Kust met veel inhammen waar de zee diep het land kan binnendringen.
- Gematigde zone
- Luchtstreek tussen de breedtecirkels 23 1/
2 en 66 1/ 2 graden N.B. en 23 1/ 2 en 66 1/ 2 graden Z.B. Gematigd wil zeggen: niet heel warm niet heel koud. - Gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- Heuvelland
- gebied met een hoogteligging van tussen de 200 en 500 m.
- Hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (hoger dan 60 graden N.B. en Z.B.)
- Lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (lager dan 30 graden N.B. en Z.B.)
- Hooggebergte
- Berggebied met toppen die hoger zijn dan 1.500 m.
- Hooggebergteklimaat
- Koud en nat klimaat. De temperatuur in de zomer is gemiddeld lager dan 0 graden celsius.
- Laagvlakte
- Gebied met weinig of geen reliëf dat lager ligt dan 500 m.
- Hoogvlakte
- Vlak of golvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt. Heet ook plateau.
- Jaaramplitude
- Het verschil tussen de gemiddeld hoogste en laagste temperatuur in een jaar.
- Laagland
- Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.
- Klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over een langere tijd, meestal dertig jaar.
- Klimaatdiagram
- Diagram met een overzicht van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand in een plaats of gebied.
- Klimaatscheiding
- Verschijnsel dat gebieden aan beide kanten van een berg andere neerslag- en temperatuurkenmerken hebben.