4. Milieuvraagstukken
Publiek
Woorden in deze lijst (20)
Origineel
- albedo
- Reflectievermogen van het aardoppervlak.
- circulaire economie/
kringloopeconomie - Economie die grondstoffen voortdurend en volledig hergebruikt en die geen afval produceert.
- draagkracht
- Het vermogen van de aarde om duurzaam aan de behoeften van de mens te voldoen, zonder dat dit ten koste gaat van het milieu.
- ecosysteem
- Een gemeenschap van organismen in een gebied, waarbij er een wisselwerking is tussen de organismen onderling en tussen de organismen en de niet-levende natuur (bodem, water en lucht).
- eutrofiƫring
- Situatie waarbij er te veel voedingsstoffen in de bodem of het water terechtkomen, waardoor sommige organismen sterk toenemen ten koste van andere organismen.
- koolstofkringloop
- Kringloop die laat zien hoe het element koolstof circuleert tussen allerlei chemische verbindingen in het systeem aarde.
- kringloopeconomie/
circulaire economie - Economie die grondstoffen voortdurend en volledig hergebruikt en die geen afval produceert.
- lineaire economie
- Economie waarin voor nieuwe producten steeds weer nieuwe grondstoffen nodig zijn, die voornamelijk uit de natuur worden gehaald. Producten belanden na gebruik bij het afval.
- milieu
- De omstandigheden waarin organismen leven, zoals de water- en bodemkwaliteit en de concurrentie met andere organismen.
- milieubeleid
- Regels en maatregelen van de overheid die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren.
- milieuramp
- Veel schade aan een ecosysteem doordat er grote hoeveelheden schadelijke stoffen of radioactieve straling in het water, de lucht en/
of de bodem terechtkomen. - permafrost
- Altijd bevroren ondergrond in koude klimaatgebieden.
- ruimtelijke ordening
- Het doelmatig inrichten van de leefomgeving door de overheid met ruimtelijke plannen.
- systeemdenken
- Rekening houden met alle samenhangen tussen de processen die op aarde plaatsvinden.
- terugkoppeling
- Situatie waarbij een proces zichzelf versterkt of verzwakt, doordat sommige gevolgen van het proces zelf weer invloed hebben op hetzelfde proces.
- uitputting
- Achteruitgang van de bodemkwaliteit doordat er te veel voedingsstoffen aan de grond worden onttrokken.
- versterkt broeikaseffect
- Door de toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten wordt er meer warmte in de atmosfeer vastgehouden en stijgt wereldwijd de temperatuur.
- vervuiling
- Situatie waarbij er schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen.
- verziltimg
- Toename van het zoutgehalte van de bodem of van zoet water.
- verzuring
- Verzurende stoffen uit de lucht slaan neer op het aardoppervlak en komen in het water en in de bodem terecht.