bio strijders

Publiek
0
Woorden in deze lijst (103)
Origineel
- α-helix
- typische secundaire spiraalstructuur van een eiwit
- Absorptie
- het fysisch verschijnsel dat de energie van een systeem, zoals geluidsgolven, deeltjes en elektromagnetische straling, door een ander systeem geheel of gedeeltelijk wordt opgenomen en omgezet in een andere energievorm
- Acetylco-enzym A
- actief azijnzuur, stof die een belangrijke rol speelt bij de omzetting van belangrijke bestanddelen van het voedsel. Beginstap van de citroenzuurcyclus
- ADP
- adenosinedifosfaat, een stof waarvan elk molecuul twee fosfaatgroepen bevat die gebonden zijn met een energierijke binding. Uit ADP ontstaat door toevoeging van anorganisch fosfaat en energie ATP.
- Aeroob
- met behulp van zuurstof
- Alcoholgisting
- C6H12O6 (glucose) → 2 C2H6O (ethanol) + 2 CO2 + energie
- Aminozuur
- organische stoffen met carboxyl- en aminogroepen
- Amyloplast
- zetmeelkorrels
- Amylose
- zetmeel
- Anaeroob
- zonder behulp van zuurstof
- Anorganische stof
- stoffen die zowel in organismen voorkomen als in de levenloze natuur
- Apo-enzym
- eiwitachtige deel van een enzym
- Assimilatie
- de opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
- ATP
- adenosinetrifosfaat; energiedrager in de cel
- ATP synthase
- enzym verantwoordelijk voor de vorming van ATP
- Autotroof
- in staat tot vorming van organische stoffen uit anorganische stoffen met behulp van energie
- Basale stofwisseling
- de stofwisseling van een organisme in rust
- Beperkende factor
- factor die de snelheid van een proces laag houdt
- Biogenese
- het ontstaan van leven uit niet-leven
- Calvincyclus
- deelproces van de fotosynthese waarbij glucose wordt gevormd uit CO2
- Carboxylgroep
- COOH-groep in een aminozuur
- Cellulose
- koolhydraat dat hoofdbestanddeel is van celwanden van planten
- Chemische energie
- energie opgeslagen in moleculen
- Chemo-autotroof
- organisme dat energie verkrijgt door oxidatie van anorganische stoffen
- Chemosynthese
- koolstofassimilatie waarbij energie afkomstig is van oxidatie van een anorganische stof
- Chlorofyl
- groene kleurstof in een chloroplast
- Chloroplast
- bladgroenkorrel waarin fotosynthese plaatsvindt
- Citroenzuurcyclus
- gedeelte van de aërobe dissimilatie waarbij acetyl-co-enzym A wordt omgezet in koolstofdioxide en waterstof
- Co-enzym
- organische cofactor
- Cofactor
- molecuul dat een enzym nodig heeft naast het substraat
- Condensatiereactie
- reactie waarbij een watermolecuul ontstaat
- Dipeptide
- twee aan elkaar gekoppelde aminozuren
- Disacharide
- stof opgebouwd uit twee monosachariden
- Dissimilatie
- afbraak van organische moleculen waarbij energie vrijkomt
- Donkerreactie
- deelproces van de fotosynthese waarbij CO2 wordt gereduceerd
- Eiwit
- stof opgebouwd uit veel aminozuureenheden
- Elektron
- negatief geladen deeltje
- Elektronentransportketen
- keten van elektronentransporterende co-enzymen waarbij energie vrijkomt
- Enzym
- biokatalysator die reacties versnelt zonder zelf verbruikt te worden
- Enzymactiviteit
- snelheid van werking van een enzym
- Enzym-substraatcomplex
- complex van enzym en substraat
- Essentieel aminozuur
- aminozuur dat via voeding moet worden opgenomen
- Ethanol
- alcohol
- FADH2
- stof die drager is van elektronen
- Fosfaat
- anorganische stof met het element fosfor
- Fosfolipide
- vetachtige stof die bestanddeel is van het celmembraan
- Fosforylering
- het koppelen van een fosfaatgroep aan een stof
- Foto-autotroof
- organisme dat door fotosynthese organische stoffen vormt
- Fotosynthese
- omzetting van water en koolstofdioxide in glucose en zuurstof met behulp van licht
- Fotosysteem
- eiwitcomplex dat lichtenergie omzet in chemische energie
- Gisting
- anaërobe dissimilatie
- Glucose
- belangrijk monosacharide met zes koolstofatomen
- Glycogeen
- reservestof opgebouwd uit glucose-eenheden
- Glycolyse
- omzetting van glucose tot pyrodruivenzuur
- Hemoglobine
- eiwit in rode bloedcellen voor zuurstoftransport
- Heterotroof
- niet in staat organische stoffen uit anorganische stoffen op te bouwen
- Homoitherm
- warmbloedig dier met constante lichaamstemperatuur
- Koolstofassimilatie
- vorming van glucose uit koolstofdioxide en water
- Krebscyclus
- zie citroenzuurcyclus
- Lichtreactie
- deelproces van de fotosynthese waarbij ATP en NADPH worden gevormd
- Lipide
- vet
- Matrix
- vloeistof binnen het binnenmembraan van een mitochondrium
- Melkzuur
- organische stof die ontstaat bij anaerobe dissimilatie
- Melkzuurgisting
- C6H12O6 → 2 C3H6O3 + energie
- Monosacharide
- enkelvoudige suiker
- NAD
- co-enzym dat gemakkelijk waterstof opneemt en afgeeft
- NADPH
- co-enzym van de koolstofassimilatie
- Nitraat
- NO3−
- Nitraatbacterie
- bacterie die nitriet omzet in nitraat
- Nitrietbacterie
- bacterie die ammonium omzet in nitriet
- Nitrificerende bacteriën
- nitriet- en nitraatbacteriën
- Nucleotide
- bouwsteen van nucleïnezuren
- Onverzadigd vetzuur
- vetzuur met een of meer dubbele bindingen
- Optimumkromme
- grafiek met een optimale waarde voor een factor
- Organische stof
- stof met C-H-bindingen afkomstig van organismen
- Oxidatieve fosforylering
- vorming van ATP met energie uit redoxreacties
- Peptidebinding
- binding tussen twee aminozuren
- Poikilotherm
- koudbloedig
- Polymerisatie
- vorming van ketens
- Polypeptide
- keten van veel aminozuren
- Polysacharide
- verbinding opgebouwd uit veel monosachariden
- Primaire structuur
- volgorde van aminozuren in een eiwit
- Proteïne
- eiwit
- Pyrodruivenzuur
- organische verbinding met formule C3H4O3
- Quartaire structuur
- rangschikking van meerdere polypeptideketens in één eiwit
- Receptoreiwit
- membraaneiwit dat reageert op signaalstoffen
- Remstoffen
- stoffen die enzymactiviteit verlagen
- Secundaire structuur
- lokale vouwing van een eiwit, zoals α-helix en β-sheet
- Steroïdhormoon
- vetachtig hormoon
- Stofwisseling
- totaal van alle chemische processen in een organisme
- Stroma
- vloeistof tussen de grana in een chloroplast
- Structuureiwit
- eiwit met bouwfunctie
- Substraat
- stof waarop een enzym inwerkt
- Substraatspecifiek
- slechts één bepaald substraat kunnen omzetten
- Tertiaire structuur
- driedimensionale vouwing van een eiwit
- Thylakoïd
- membraangebonden compartiment in chloroplasten
- Triglyceride
- glycerol met drie vetzuren
- Verzadigd vetzuur
- vetzuur zonder dubbele bindingen
- Vet
- organische stof opgebouwd uit glycerol en drie vetzuren
- Voortgezette assimilatie
- omzetting van assimilatieproducten in andere organische stoffen
- Zetmeel
- polysacharide en energiereservestof van planten
- Zuurgraad (pH)
- maat voor de concentratie H+-ionen
- Zwavelbrug
- covalente binding tussen twee -SH-groepen