Het gehoorzintuig
Publiek
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- Adequate prikkel
- De soort prikkel waar de haarcellen in het menselijk oor gevoelig voor zijn, bestaande uit trillingen met frequenties tussen ongeveer 20 en 20 000 Hz.
- Hertz (Hz)
- De eenheid voor de frequentie van geluid, wat overeenkomt met het aantal trillingen per seconde.
- Buitenoor
- Het deel van het gehoorzintuig dat wordt gevormd door de oorschelp en de gehoorgang.
- Trommelvlies
- Een membraan aan het einde van de gehoorgang dat meetrilt met de geluidstrillingen in de lucht.
- Middenoor
- De met lucht gevulde ruimte achter het trommelvlies waarin zich de gehoorbeentjes bevinden.
- Buis van Eustachius
- Een nauwe verbinding tussen het middenoor en de keelholte die de luchtdruk aan beide zijden van het trommelvlies gelijk houdt.
- Gehoorbeentjes
- De botjes hamer, aambeeld en stijgbeugel die trillingen van het trommelvlies versterken en doorgeven aan het binnenoor.
- Binnenoor
- Het deel van het oor waarin zich het slakkenhuis met de zintuigcellen bevindt.
- Slakkenhuis
- Een opgerold orgaan in het binnenoor dat bestaat uit met vloeistof gevulde kanalen en zintuigcellen.
- Haarcellen
- Zintuigcellen in het slakkenhuis die reageren op mechanische trillingen.
- Ovale venster
- Een elastisch membraan in de wand van het slakkenhuis dat trillingen van de stijgbeugel doorgeeft aan de vloeistof in het slakkenhuis.
- Ronde venster
- Een membraan in het slakkenhuis dat meegeeft met de vloeistofbewegingen om trillingen in de vloeistof mogelijk te maken.
- Endolymfe
- De vloeistof in het middelste kanaal van het slakkenhuis die rijk is aan kaliumionen.
- Perilymfe
- De vloeistof in de buitenste kanalen van het slakkenhuis die trillingen geleidt van het ovale naar het ronde venster.
- Basilair membraan
- Een membraan in het slakkenhuis dat op specifieke plaatsen trilt afhankelijk van de toonhoogte en zo de haarcellen prikkelt.
- Orgaan van Corti
- Een langgerekte strook mechanoreceptoren op het basilair membraan, bestaande uit haarcellen met ciliën.
- Dakmembraan
- Een stug membraan boven de haarcellen waartegen de ciliën verbuigen wanneer het basilair membraan trilt.
- Gehoorzenuw
- De zenuw die impulsen van de sensorische neuronen in het oor naar het gehoorcentrum in de hersenen geleidt.
- Amplitude
- De maximale uitslag van een trilling, die de sterkte van het geluid bepaalt.
- Decibel (dB)
- De eenheid waarin de geluidssterkte wordt uitgedrukt op een logaritmische schaal.
- Pijngrens
- De geluidssterkte van ongeveer 120 dB waarbij blootstelling direct tot gehoorschade kan leiden.
- Tinnitus
- Oorsuizingen, zoals een constante ruis of fluittoon, die ontstaan wanneer beschadigde haarcellen onjuiste informatie doorgeven.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–