Neerslag en wind in Nederland en Spanje
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Stijgingsneerslag
- Neerslag die ontstaat bij hoge temperaturen waarbij waterdamp snel opstijgt, afkoelt en condenseert.
- Stuwingsneerslag
- Neerslag die ontstaat als wind lucht tegen een berg opduwt, waardoor de lucht moet gaan stijgen en afkoelt.
- Loefzijde
- De kant van de berg waar de wind vandaan komt en waar de neerslag valt.
- Lijzijde
- De droge zijde van de berg waar de lucht daalt.
- Regenschaduw
- De droge zijde van een berg, ook wel de lijzijde genoemd.
- Frontale neerslag
- Neerslag die ontstaat als koude en warme luchtmassa's botsen en de warme lucht omhoog wordt geduwd.
- Gematigde breedte
- Het gebied tussen de 30° en 60° N.B. en Z.B.
- Neerslagradar
- Torens op het aardoppervlak die radiogolven uitzenden om te berekenen waar neerslag valt en hoe zwaar die is.
- Lagedrukgebied
- Een gebied waar de luchtdruk laag is doordat lucht stijgt.
- Wind
- De verplaatsing van lucht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied.
- Hogedrukgebied
- Een gebied waar de luchtdruk hoog is doordat lucht daalt.
- Globaal windsysteem
- Het systeem van heersende windrichtingen op aarde.
- Wet van Buys Ballot
- De regel dat wind van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied stroomt met een afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond.
- Aanlandige wind
- Wind die van zee naar het land waait, ook wel zeewind genoemd.
- Zeewind
- Wind die van zee naar het land waait, ook wel aanlandige wind genoemd.
- Aflandige wind
- Wind die van land naar de zee waait, ook wel landwind genoemd.
- Landwind
- Wind die van land naar de zee waait, ook wel aflandige wind genoemd.
- Isobaren
- Lijnen op een weerkaart die gebieden met dezelfde luchtdruk met elkaar verbinden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–