Hoofdstuk 1 vocabulaire

Publiek
1
Woorden in deze lijst (27)
Origineel
- tout
- alles, alle
- presque
- bijna
- trop
- te, te veel
- d'abord
- ten eerste, eerst
- enfin
- eindelijk
- au printemps
- in de lente
- en été
- in de zomer
- en automme
- in de herfst
- en hiver
- in de winter
- toujours
- altijd
- je veux
- ik wil
- à l'étranger
- in het buitenland
- fatigué(e)
- moe
- voyager
- reizen
- la ville
- de stad
- néerlandais
- Nederlands
- anglais
- Engels
- allemand
- Duits
- espagnol
- Spaans
- français
- Frans
- Qu'est-ce que tu as fait cet été?
- Wat heb je deze zomer gedaan?
- J'ai été à la plage
- Ik ben naar het strand geweest
- J'ai fait du vélo
- Ik heb gefietst
- J'ai visité un musée
- Ik heb een museum bezocht
- Tu as parlé français?
- Heb je Frans gesproken?
- Oui, un peu/
Non, pas du tout - Ja, een beetje/
Nee, helemaal niet - Maintenant, j'ai beaucoup d'amis français
- Ik heb nu veel Franse vrienden