Spieren en beweging (SE)
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Glad spierweefsel
- Komt voor in buisvormige of holle organen, zoals darmen en longen. Het wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel of door hormonen. Het bestaat uit langwerpige spiercellen met een celkern.
- Dwarsgestreept spierweefsel
- Komt voor in skeletspieren en huidspieren. Het bestaat uit spiervezels die elk zijn ontstaan door versmelting van vele spiercellen en wordt aangestuurd door het animale zenuwstelsel.
- Hartspierweefsel
- Bestaat uit spiercellen met dwarse strepen die zich vertakken. Het wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel.
- Motorisch eindplaatje
- Het uiteinde van een vertakt axon van een motorisch neuron.
- Motorische eenheid
- Alle spiervezels die via motorische eindplaatjes in verbinding staan met één motorisch neuron.
- Tonus (spierspanning)
- De kracht die de spier uitoefent op de aanhechtingsplaatsen van de pezen.
- Spierspoeltjes
- Geven informatie door over de uitrekking van een spiervezel aan het centrale zenuwstelsel.
- Peesspoeltjes
- Reageren op de spierspanning.
- Antagonisten
- Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft.
- Langzame spiervezels
- Zijn goed doorbloed en heten daarom rode spiervezels. Ze bevatten veel mitochondriën en raken niet snel vermoeid.
- Snelle spiervezels
- Zijn minder doorbloed en heten daarom witte spiervezels. Ze bevatten minder mitochondriën en raken sneller vermoeid.
- Doping
- Verboden middelen of methoden die bij sport soms worden gebruikt om prestaties te verhogen.
- Anabole steroïden
- Middelen die het lichaam van een sporter ertoe aanzetten meer spierweefsel te vormen, zodat de spiermassa toeneemt en de sportprestaties verbeteren.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–