Rivieren in Nederland
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- afstroming
- De beweging van water vanaf het moment dat die als neerslag terechtkomt op het aardoppervlak totdat die uitstroomt in zee,zowel bovengronds als ondergronds.
- condensatie
- De overgang van gas naar vloeistof, bijvoorbeeld de overgang van waterdamp naar vloeibaar water.
- debiet
- Hoeveelheid water die per seconde op een bepaald punt door een rivier stroomt.
- gemengde rivier
- Rivier die zowel smeltwater als regenwater afvoert.
- gletsjer
- Een grote ijsmassa in berggebieden of poolgebieden die heel langzaam naar beneden schuift.
- gletsjerrivier
- Rivier die wordt gevoed door het smeltwater van een gletsjer.
- grondwater
- Water dat zich in de bodem bevindt.
- infiltratie
- Het wegzakken van water in de bodem.
- meanderen
- Het kronkelen van een rivier.
- middenloop
- Het middelste gedeelte van een rivier.
- oppervlaktewater
- Water dat zichtbaar is aan het oppervlak, zoals water in rivieren, meren en zeeën.
- piekafvoer
- De maximale waterafvoer van een rivier.
- regenrivier
- Rivier die wordt gevoed door regenwater.
- regiem
- De schommelingen van het debiet van een rivier in de loop van het jaar.
- sediment
- Materiaal dat op een plek is afgezet, zoals zand, klei of steentjes.
- sedimentatie
- Het neerleggen van verweringsmateriaal, zoals zand, klei of steentjes.
- slib
- Allerkleinste deeltjes sediment, zoals fijn zand en klei.
- stroomgebied
- Het gebied waarvan alle neerslag via beekjes en zijrivieren naar één rivier stroomt.
- verdamping
- De overgang van vloeistof naar gas, bijvoorbeeld de overgang van vloeibaar water naar waterdamp.
- waterkringloop
- Het voortdurende proces waarbij water verdampt, condenseert en weer neervalt als neerslag.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.