Praten over poëzie
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Alliteratie
- Beginrijm: twee of meer woorden beginnen met dezelfde medeklinker(s): kort-klein.
- Anafoor
- Stijlfiguur waarbij meerdere zinnen achter elkaar beginnen met dezelfde woorden.
- Analyse
- Systematische beschrijving van achtereenvolgens de vorm, het rijm, een eventuele vaste vorm, semantische velden, beeldspraak en stijlfiguren.
- Antithese
- Tegenstelling.
- Assonantie
- Klinkerrijm: twee of meer woorden hebben dezelfde door de klinker(s) aangeduide klank, bijvoorbeeld: jou-flauw.
- Beeldspraak
- Vorm van figuurlijk taalgebruik waarbij iets wordt vergeleken met iets anders.
- Binnenrijm
- Twee of meer woorden binnen dezelfde versregel rijmen op elkaar.
- Eindrijm
- Twee of meer woorden aan het eind van een versregel rijmen op elkaar.
- Enjambement
- Het afbreken van een zin op een grammaticaal onlogische plaats.
- Enumeratie
- (Lange) opsomming van meer dan drie begrippen.
- Figuurlijk taalgebruik
- Alle vormen van taalgebruik waarbij iets anders wordt bedoeld dan er letterlijk staat.
- Interpreteren
- Het toekennen van betekenis aan een gedicht; uitleggen waarover een gedicht gaat.
- Middenrijm
- Rijm in het midden van twee of meer versregels.
- Paradox
- Schijnbare tegenstelling.
- Parafraseren
- Navertellen in je eigen woorden.
- Poëzie
- Verzamelnaam voor gedichten, waartoe je ook liedteksten kunt rekenen. Eén kenmerk dat kenmerkend is voor alle poëzie is een bijzondere typografie.
- Regels en zinnen
- Zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt; regels bestaan uit alle woorden die op één regel (dus naast elkaar) staan.
- Repetitio
- Herhaling.
- Rijmschema
- Schematische weergave van het eindrijm van een gedicht.
- Semantisch veld
- Begrippen die op grond van hun betekenis of associatie met elkaar verbonden zijn.
- Sonnet
- Gedicht dat bestaat uit veertien regels die meestal verdeeld zijn over vier strofen.
- Stijlfiguur
- Vorm van taalgebruik die de aandacht vestigt op bepaalde aspecten van de inhoud van een tekst.
- Strofe
- Een strofe is opgebouwd uit een aantal regels en wordt door witregels gescheiden van andere strofen.
- Typografie
- Vormgeving van een tekst.
- Vaste vorm
- Gedichten met een vaste vorm hebben bepaalde vaststaande vormkenmerken.