Immuniteit
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Incubatietijd
- De tijd die verstrijkt tussen het binnendringen van de ziekteverwekker en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen.
- Primaire reactie
- De eerste vorming van antistoffen na een besmetting met een antigeen.
- Secundaire reactie
- De reactie waarbij door geheugencellen vrijwel onmiddellijk een grote hoeveelheid antistof wordt gevormd bij een tweede besmetting met hetzelfde antigeen.
- Immuun
- De toestand waarbij een persoon na een eerdere besmetting of vaccinatie bij een nieuwe besmetting meestal geen ziekteverschijnselen meer krijgt door een snelle afweerreactie.
- Natuurlijke immuniteit
- Immuniteit die ontstaat als reactie op het binnendringen van een ziekteverwekker.
- Kunstmatige immuniteit
- Immuniteit die wordt opgewekt door opzettelijke blootstelling aan een antigeen.
- Immunisatie
- Het opwekken van immuniteit door opzettelijke blootstelling aan een antigeen.
- Vaccinatie
- De toediening van een vaccin dat het afweersysteem activeert en daardoor immuniteit opwekt.
- Vaccin
- Een stof bestaande uit gedode of verzwakte ziekteverwekkers of delen daarvan die het afweersysteem activeert.
- Vaccinatiegraad
- Het percentage van de bevolking dat is ingeënt tegen een bepaalde ziekte.
- Actieve immunisatie
- Een vorm van immunisatie waarbij het afweersysteem zelf wordt geactiveerd om antistoffen en geheugencellen aan te maken.
- Passieve immunisatie
- Een vorm van immunisatie waarbij direct antistoffen worden toegediend voor een kortdurende bescherming, zonder aanmaak van eigen geheugencellen.
- Antiserum
- Bloedplasma met een hoge concentratie specifieke antistoffen tegen bepaalde vergiften of ziekteverwekkers.
- Monoklonale antistof
- Antistoffen van één type die met behulp van biotechnologie worden geproduceerd.
- Immunotherapie
- Een medische behandeling waarbij het eigen afweersysteem wordt versterkt of ingezet om een ziekte te bestrijden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–