2. Nederland in 2050
Publiek
Woorden in deze lijst (68)
Origineel
- autoluw
- Als er in een gebied weinig auto’s kunnen of mogen komen.
- bedrijfsverzamelgebouw
- Groot gebouw waar verschillende startende en kleine bedrijven bij elkaar zitten om de kosten te delen en te profiteren van elkaars ondersteuning.
- bevolkingskrimp
- Bevolkingsafname.
- bio-industrie
- Andere naam voor intensieve veeteelt, omdat het dier een ‘machine’ is en de stal de ‘fabriek’.
- circulair
- Een gesloten kringloop waarin zo veel mogelijk wordt hergebruikt en zo min mogelijk afval is.
- circulaire economie
- Een economie zonder afval die draait op herbruikbare grondstoffen. Er is sprake van een gesloten kringloop.
- compacte stadbeleid
- Beleid om meer woningen te bouwen in en dicht tegen de stad aan.
- creatieve industrie
- Sector die zich bezighoudt met ontwerpen en innoveren.
- creatieve stad
- Stad met een hoog aandeel werkenden in de creatieve industrie. Vaak zijn het mensen met een hoge opleiding.
- dagelijkse voorziening
- Voorziening waarvan je (bijna) dagelijks gebruikmaakt, zoals een supermarkt.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- draagvlak
- Het aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat binnen de reikwijdte van een voorziening woont.
- drempelwaarde
- Het minimum aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat een voorziening nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.
- duurzaam/
duurzaamheid - Niet meer natuurlijke hulpbronnen gebruiken dan dat erbij komen, zodat mensen er ook in de toekomst nog gebruik van kunnen maken.
- duurzame stad
- Toekomstbestendige stad waar zo min mogelijk vervuilen en zo veel mogelijk recyclen en gebruiken van hernieuwbare energie centraal staan.
- file
- Langzaam rijdend of stilstaand verkeer.
- forens
- Iemand die in een andere plaats woont dan waar hij werkt.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners worden verdrongen.
- gespecialiseerde voorziening
- Voorziening waar je naar (heel) weinig gebruik van maakt, zoals een musicaltheater.
- grondgebonden
- Agrarische productie die plaatsvindt op het boerenerf, zoals akkerbouw.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts, kobalt, katoen, zand en hout) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- halffabricaat
- Industrieproduct dat nog verder bewerkt moeten worden tot eindproduct.
- herinrichting
- Een gebied opnieuw inrichten, vaak met verandering van het ruimtegebruik.
- hittestress
- Lichamelijke klachten die worden veroorzaakt door extreme hitte.
- huishoudverdunning
- Afname van het gemiddelde aantal mensen dat samen in een huis woont.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren.
- inrichting
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook ruimtegebruik.
- intensieve akkerbouw
- Akkerbouw met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare om een hoge opbrengst te halen.
- intensieve landbouw
- Landbouw met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare om een hoge opbrengst te halen.
- intensieve veeteelt
- Veeteelt met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare om een hoge opbrengst te halen.
- intensivering
- De productie per hectare of per dier vergroten met machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en beter zaai- en pootgoed.
- kennisstad
- Stad met veel universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten. Er zijn ook veel bedrijven actief in de technologische sector.
- klimaatbestendige inrichting
- Inrichting die wateroverlast, droogte en hitte vermindert.
- klimaatneutraal
- Als niet wordt bijgedragen aan klimaatverandering.
- kringloop
- Het opnieuw gebruiken van grondstoffen. Heet ook recycling.
- landelijk gebied
- Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook platteland.
- leefbaarheid
- Mate waarin een gebied (zoals een woonwijk) geschikt en prettig is om in te leven.
- lineaire economie
- Een economie die draait op nieuwe grondstoffen die worden verwerkt tot producten en na gebruik veranderen in afval. Er is sprake van een rechte lijn van grondstof tot afval.
- mijnbouw
- Winning van delfstoffen.
- mobiliteit
- De verplaatsing van mensen en goederen met behulp van een vervoermiddel.
- niet-grondgebonden
- Agrarische productie die onafhankelijk van het land uitgevoerd kan worden, zoals de bio-industrie.
- openbaar vervoer (ov)
- Personenvervoer volgens een dienstregeling met trein, bus, boot, metro of (snel)tram.
- platteland
- Zie landelijk gebied.
- recreatie
- Alles wat je doet in je vrije tijd.
- recycling
- Zie kringloop.
- reikwijdte
- De maximale afstand die mensen willen reizen om van een voorziening gebruik te maken.
- re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- ruimtegebruik
- Zie inrichting.
- ruimtelijke ordening
- Het maken van plannen voor de inrichting van een gebied.
- schaalvergroting
- Productie in steeds grotere eenheden (in de landbouw: meer dieren of gewassen) om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te vergroten.
- seizoenswerk
- Werk dat slechts een deel van het jaar beschikbaar is.
- selectieve migratie
- Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/
of geslacht. - smart city
- Stad waarin de overheid slimme, digitale technologieën inzet om de dienstverlening aan de burgers te verbeteren.
- sociale huurwoning
- Goedkope huurwoning voor mensen met een laag inkomen.
- specialisatie
- Zich binnen een bedrijf of gebied steeds meer toeleggen op één activiteit of product. In de landbouw: de keuze voor het verbouwen van één gewas of het houden van één diersoort.
- spits
- De periode op een dag met het meeste verkeer, meestal in de ochtend en aan het einde van de middag.
- spreidingsbeleid
- Beleid om woningen (en werkplekken en voorzieningen) gelijkmatiger over Nederland te verdelen.
- toerisme
- Reizen naar en verblijven op een plaats buiten je normale omgeving. Iemand die minstens 24 uur en niet langer dan een jaar ergens anders verblijft, is een toerist.
- toeristenindustrie
- Mensen en bedrijven die zich bezighouden met toerisme.
- verdichting
- Binnen de bestaande steden bijbouwen in lege of in onbruik geraakte gebieden om zo de ruimte in de stad efficiënter te benutten.
- vergroening
- Meer groen aanbrengen in de woonomgeving.
- vertical farm
- Het op verschillende verdiepingen telen van gewassen of het houden van dieren.
- vervoersarmoede
- Als iemand door beperkte verplaatsingsmogelijkheden niet kan deelnemen aan ‘normale’ dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen doen, onderwijs volgen of werken.
- vrije tijd
- De tijd die overblijft na het werken, eten en slapen.
- waterstof
- Een schone en veelvoorkomende grondstof die ook als efficiënte brandstof ingezet kan worden. Van nature is het een gas en spreek je van waterstofgas (H2).
- woningbezetting
- Het gemiddelde aantal mensen dat samen in een huis woont.
- woningdichtheid
- Het aantal woningen per vierkante kilometer.
- woon-werkverkeer
- Reizen tussen woonplaats en werkplek.