Unit 3

Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (139)
Origineel
- to celebrate
- vieren
- Christmas
- Kerstmis
- impressive
- indrukwekkend
- to invite
- uitnodigen
- to look forward to
- uitkijken naar/
zin hebben in - midnight
- middernacht
- to take pictures
- foto's maken
- together
- samen
- to wish
- wensen
- wonderful
- geweldig
- destination
- bestemming
- to enter
- binnengaan/
in gaan - ferry
- veerboot
- to get off
- uitstappen
- to get on
- instappen
- guide
- gids
- local
- plaatselijke bewoner
- on foot
- te voet
- public transport
- openbaar vervoer
- safety
- veiligheid
- single ride
- enkele reis
- subway
- metro
- tracks
- spoor
- valid
- geldig
- beautiful
- mooi
- handsome
- knap
- hero
- held
- jealous
- jaloers
- gorgeous
- prachtig
- kind
- aardig
- mean
- gemeen
- nervous
- nerveus
- scared
- bang
- worried
- bezorgd
- avondeten
- dinner
- cadeau
- present
- fantastisch
- amazing
- feestdag
- holiday
- gast
- guest
- opgetogen /
opgewonden - excited
- plezier hebben
- to have fun
- samenkomen
- to get together
- taart
- cake
- verjaardag
- birthday
- vooral
- especially
- vuurwerk
- fireworks
- Hoi/
Hallo - Hi/
Hello - Beste
- Dear
- Veel liefs,
- Lots of love,
- Met vriendelijke groet, /
Vriendelijke groeten, - Best wishes,
- Het beste,
- All the best,
- Groeten, /
Groetjes, - Regards,
- Hoe gaat het?
- How are things?
- Gefeliciteerd met je verjaardag!
- Happy Birthday!
- Vrolijk Kerstfeest en een Gelukkig Nieuwjaar!
- Merry Christmas and a Happy New Year!
- Fijne dag!
- I hope you have a great day!
- Ik kan niet wachten je weer te zien.
- I can't wait to see you again.
- Ik kijk ernaar uit.
- I'm looking forward to it.
- Ik hoop snel van je te horen.
- I hope to hear from you soon.
- Wat zijn jouw plannen?
- What are your plans?
- Geniet van je vakantie.
- Enjoy your holiday.
- Veel plezier!
- Have fun!
- Tot snel!
- See you soon!
- auto
- car
- boot
- boat
- fiets
- bike
- halte
- stop
- ingang
- entrance
- kaart
- map
- kaartje
- ticket
- lopen
- to walk
- overstappen
- to change
- perron
- platform
- prijs
- price
- reis
- trip
- richting
- direction
- trein
- train
- verkeer
- traffic
- aap
- monkey
- beer
- bear
- dier
- animal
- eend
- duck
- eigenaar
- owner
- hond
- dog
- huisdier
- pet
- konijn
- rabbit
- kat
- cat
- kijken naar
- to watch
- koe
- cow
- paard
- horse
- spelen
- to play
- verstoppen
- to hide
- vogel
- bird
- boos
- angry
- bril
- glasses
- dragen
- to wear
- grappig
- funny
- klein
- short
- lijken
- to seem
- moe
- tired
- trots
- proud
- verdrietig
- sad
- verlegen
- shy
- verveeld
- bored
- voelen
- to feel
- Hoe gaat het?
- How are you? /
How are you doing? - Wat is er aan de hand?
- What's wrong?
- Gaat het?
- Are you okay?
- Hoe voel je je?
- How do you feel?
- Ik voel me niet zo goed.
- I don't feel so good.
- Het gaat goed, dank je.
- I'm fine, thank you.
- Ik voel me geweldig!
- I feel great!
- Ik heb er zoveel zin in!
- I'm so excited!
- Heel erg bedankt.
- Thank you very much.
- Enorm bedankt.
- Thanks a lot.
- Bedankt voor je tijd.
- Thank you for your time.
- Graag gedaan.
- You're welcome.
- Geen probleem.
- No problem.
- Ik ben een vrolijk persoon.
- I’m a happy person.
- Ik lach veel.
- I smile a lot.
- Ze heeft blond, krullend haar.
- She’s got blonde, curly hair.
- Hij is lang en dun.
- He’s tall and skinny.
- Mark draagt altijd een grappig T-shirt.
- Mark always wears a funny T-shirt.
- Mijn leraar is erg humeurig.
- My teacher is really grumpy.
- to bark
- blaffen
- to bite
- bijten
- cage
- kooi
- to chase
- achternazitten
- collar
- halsband
- dangerous
- gevaarlijk
- feed
- voederen
- friendly
- vriendelijk/
aardig - indoors
- binnen
- leopard
- luipaard
- on a leash
- aan de riem
- to take care of
- zorgen voor
- to scratch
- krabben
- snake
- slang
- zoo
- dierentuin