Vervolg aangeboren afweer
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Plasmiden
- Kleine cirkelvormige DNA-moleculen die voorkomen in bacteriën.
- Prokaryoten
- Eencellige organismen zonder celkern en zonder door een membraan omgeven organellen.
- Microbioom
- Het totaal aan miljarden bacteriën, schimmels en virussen die in en op het menselijk lichaam leven.
- Eukaryoten
- Cellen met een celkern en andere door een membraan omgeven organellen zoals mitochondriën en het golgisysteem.
- Capside
- Het eiwitkapsel dat het erfelijk materiaal van een virusdeeltje omgeeft.
- Virusenvelop
- Een membraan met eiwitten om het capside van sommige virussen, afkomstig van de gastheer en het virus.
- Reverse transcriptase
- Een viraal enzym dat viraal RNA vertaalt naar enkelstrengs DNA.
- Integrase
- Een viraal enzym dat het virale DNA inbouwt in het DNA van de gastheercel.
- Aangeboren afweer
- De vanaf de geboorte aanwezige, niet-specifieke afweer die bestaat uit witte bloedcellen en bloedeiwitten.
- Antigenen
- Moleculen op de buitenkant van een celmembraan die het afweersysteem kunnen activeren.
- MHC-I-moleculen
- Moleculen op het celmembraan waaraan antigenen zijn bevestigd, waardoor een cel herkenbaar is als lichaamseigen.
- Antigeen presenterende cel
- Een cel die fragmenten van lichaamsvreemde eiwitten als antigeen op het celmembraan plaatst om het afweersysteem te activeren.
- Granulocyt
- Een type witte bloedcel met blaasjes die giftige stoffen bevatten voor bacteriën, schimmels en parasieten.
- Macrofagen
- Grote witte bloedcellen die aspecifiek lichaamsvreemde deeltjes, bacteriën en celresten opruimen.
- Fagocyten
- Witte bloedcellen die deeltjes opnemen en verteren door middel van fagocytose.
- Natural-killercellen
- Witte bloedcellen die geïnfecteerde cellen of tumorcellen vernietigen door ze te perforeren of aan te zetten tot apoptose.
- Lysis
- Het doodgaan van een cel doordat er gaten in het celmembraan ontstaan.
- Apoptose
- Geprogrammeerde celdood.
- Complementsysteem
- Een systeem van meer dan dertig verschillende typen eiwitten in het bloedplasma die vreemde of geïnfecteerde cellen opruimen.
- Cytokinen
- Signaalstoffen die witte bloedcellen stimuleren en de plaats van een infectie markeren.
- Opsonisatie
- Het vormen van een laagje complementeiwitten aan het oppervlak van een ziekteverwekker om deze makkelijker opruimbaar te maken voor macrofagen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–