Heb je geld nodig om te ruilen?
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Ruil
- Wisselen van producten tegen andere producten of tegen geld.
- Directe ruil
- Het ruilen van goederen tegen andere goederen.
- Indirecte ruil
- Het ruilen van goederen met behulp van een ruilmiddel.
- Functies van geld
- Geld kun je gebruiken als ruilmiddel, rekenmiddel of spaarmiddel.
- Rekenmiddel
- Functie van geld om de waarde van een product te bepalen en te vergelijken.
- Spaarmiddel
- Functie van geld waarbij je geld niet direct uitgeeft maar bewaart voor een later moment.
- Technische vereisten geldsysteem
- Randvoorwaarden voor het functioneren van een ruilmiddel.
- Fiducie
- Vertrouwen.
- Fiduciair
- Geld dat gebaseerd is op vertrouwen.
- Chartaal geld
- Bankbiljetten en munten.
- Giraal geld
- Direct opvraagbaar geld op de betaalrekening.
- Extrinsieke en intrinsieke waarde
- Gebruikswaarde en materiaalwaarde van geld.
- Koopkracht (= reële inkomen)
- Hoeveelheid producten die gekocht kunnen worden met een bepaald bedrag.
- Inflatie
- Gemiddelde prijsstijging van goederen over een bepaalde periode.
- Deflatie
- Een daling van het gemiddelde prijspeil.
- Nominaal inkomen
- Het bedrag dat je ontvangt als inkomen.
- Indexcijfers
- Een getal dat de verandering ten opzichte van het basisjaar aangeeft.
- Basisjaar
- De afgesproken periode die als uitgangspunt dient voor indexcijfers en het indexcijfer 100 krijgt.