Frans 3VWO - Chapitre 3 - A-B-E-F

Publiek
3
Woorden in deze lijst (93)
Origineel
- le moyen de transport
- het vervoermiddel
- le voyageur
- de reiziger
- le billet
- het ticket
- la destination
- de bestemming
- en direction de
- in de richting van
- le départ
- het vertrek
- les horaires
- de dienstregeling
- le retard
- de vertraging
- la grève
- de staking
- la circulation
- het verkeer
- le renseignement
- de inlichting
- le prochain /
la prochaine - de volgende
- dans deux minutes
- over twee minuten
- la porte
- de deur
- bienvenue
- welkom
- je suis désolé(e)
- het spijt me
- dépêche-toi !
- schiet op !
- un instant !
- één momentje !
- prenez
- neem
- allez
- ga
- seul(e)
- alleen
- attendre
- wachten
- la gare
- het (trein)station
- la voie
- het spoor
- il part
- hij vertrekt
- un aller-retour
- een retourtje
- un aller simple
- een enkele reis
- changer
- overstappen
- manquer (le train)
- (de trein) missen
- un avion
- een vliegtuig
- prendre le vélo
- de fiets nemen
- aller à pied
- te voet gaan
- la voiture
- de auto
- éviter
- vermijden
- dormir
- slapen
- le logement
- het verblijf
- la sortie
- het uitstapje
- le déchet
- het afval
- la poubelle
- de afvalbak
- fier /
fière - trots
- propre
- eigen, schoon
- une expérience
- een ervaring
- les environs
- de omgeving
- écolo(gique)
- milieubewust
- la poule
- de kip
- tellement
- zo, zoveel
- d'ailleurs
- trouwens
- appris
- geleerd
- à part cela
- buiten dat
- il y aura
- er zal/
er zullen zijn - on ira
- we zullen gaan
- on sera
- we zullen zijn
- on fera
- we zullen doen/
maken - un avis
- een mening
- pas mal
- niet slecht
- sale
- vies
- agréable
- prettig
- en face de
- tegenover
- à côté de
- naast
- les voisins
- de buren
- nettoyer
- schoonmaken
- le petit déjeuner
- het ontbijt
- la plage
- het strand
- la salle de bains
- de badkamer
- le lit
- het bed
- le bruit
- het lawaai
- la chance
- het geluk
- gentil /
gentille - aardig, lief
- proche
- dichtbij
- un équipement
- een uitrusting
- le retraité
- de gepensioneerde
- la particularité
- de bijzonderheid
- le Maghreb
- de landen in Noord-Afrika
- déguster
- proeven
- plaire
- bevallen, leuk vinden
- abandonner
- verlaten
- jeter
- weggooien
- le mois
- de maand
- la région
- de regio
- la pluie
- de regen
- la saison
- het seizoen
- une femme
- een vrouw
- un homme
- een man
- avoir envie de
- zin hebben in
- appeler
- noemen, bellen
- le temps libre
- de vrije tijd
- bon marché
- goedkoop
- pour cela
- om die reden
- c'est pourquoi
- daarom
- sucré(e)
- zoet
- salé(e)
- hartig, gezouten
- le miel
- de honing
- le beurre
- de boter