Hoofdstuk 2

Publiek
8
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- vector
- Pijlvormige weergave van de grootte, de richting en het aangrijpingspunt van een kracht.
- elastisch
- Vervorming waarbij de oorspronkelijke vorm weer terugkomt als de kracht ophoudt te werken.
- kracht
- Natuurkundig begrip dat duidelijk maakt hoe voorwerpen elkaars vorm en/
of beweging veranderen. - krachtenschaal
- Verhouding die je kiest om krachten te kunnen tekenen. Geeft aan hoe groot de kracht is die 1 cm van de krachtenpijl voorstelt
- krachtmeter
- Instrument met een spiraalveer waarmee je krachten kunt meten.
- magnetische kracht
- Kracht die werkt tussen de twee polen van een magneet. Kan afstotend of aantrekkend zijn
- plastisch
- Vervorming waarbij het voorwerp blijvend wordt vervormd nadat er een kracht op is uitgeoefend.
- spankracht
- Kracht die in een touw ontstaat als er aan beide uiteinden wordt getrokken
- spierkracht
- Kracht die ontstaat doordat de spieren in een lichaam zich samentrekken
- veerkracht
- Kracht die ontstaat als je een veerkrachtig materiaal uitrekt of indrukt
- zwaartekracht
- Kracht waarmee de aarde aan jou trekt en aan alle voorwerpen om je heen
- zwaartepunt
- Een (denkbeeldig) punt waar je de zwaartekracht op een voorwerp kunt laten aangrijpen.
- normaalkracht
- Kracht die loodrecht vanuit het oppervlak van een voorwerp werkt. Bijvoorbeeld de kracht van een tafelblad op een fruitschaal.
- nulstand
- De lengte van een veer als die niet wordt uitgerekt.
- parallellogrammethode
- Manier om de resultante te vinden wanneer twee krachten een willekeurige hoek met elkaar maken.
- recht evenredig
- Twee variabelen zijn recht evenredig als ze naar verhouding evenveel toenemen of afnemen: wordt de ene variabele n× zo groot of zo klein, dan wordt de andere ook n× zo groot of zo klein.
- resultante
- De optelsom van alle krachten die op een voorwerp werken, waarbij je de krachten moet optellen als vectoren en niet als getallen
- uitrekking
- De afstand waarmee de lengte van een veer toeneemt als er een kracht op wordt uitgeoefend.
- veerconstante
- Eigenschap van een veer die aangeeft hoe ver de veer uitrekt als er een kracht op wordt uitgeoefend.
- eerste wet van Newton
- Een voorwerp waarop de resultante 0 N is, is in rust, of beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.
- frontaal oppervlak
- Het oppervlak van een voorwerp of een persoon recht van voren gezien
- luchtweerstandskracht
- Weerstandskracht die ontstaat doordat een bewegend voorwerp de lucht voor zich opzij moet duwen.
- rolweerstandskracht
- Weerstandskracht die ontstaat doordat een rollend voorwerp en de ondergrond tijdens de beweging beide vervormen.
- schuifweerstandskracht
- Weerstandskracht die ontstaat doordat twee oppervlakken langs elkaar bewegen, zoals bij een ski die over de sneeuw glijdt.
- weerstandskracht
- Weerstandskracht die ontstaat doordat twee oppervlakken langs elkaar bewegen, zoals bij een ski die over de sneeuw glijdt.