economie jong en oud begrippen hoofdstuk 3
Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- loon
- Beloning voor geleverde arbeid als werknemer.
- arbeidsinkomen
- Inkomen verdiend uit arbeid
- inkomstenbelasting
- Het bedrag dat je aan belasting betaalt over je totale inkomen.
- premies volksverzekeringen
- Het bedrag dat je betaalt aan de volksverzekeringen
- brutoloon
- Het loon voor aftrek van belastingen en premies.
- nettoloon
- Loon na aftrek van belastingen en sociale premies.
- loonheffing
- Het bedrag dat als voorheffing van de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen wordt ingehouden op het brutoloon.
- heffingskorting
- Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing.
- algemene heffingskorting
- Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing
- arbeidskorting
- Een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing voor iedereen die werkt.
- inkomensheffing
- Het bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen betaalt.
- aftrekposten
- Bedragen die bij de berekening van het belastbaar inkomen in mindering mogen worden gebracht op het brutoloon en waarover dus geen loonheffing betaald hoeft te worden.
- belastbaar inkomen
- Bruto inkomen min aftrekposten.
- draagkrachtbeginsel
- Hogere inkomens moeten in verhouding meer belasting betalen dan de lagere inkomens
- progressief belastingstelsel
- Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage stijgt als het inkomen toeneemt.
- nivellering
- Het kleiner worden van de relatieve (inkomens)verschillen.
- gemiddelde belastingtarief
- Loonheffing als percentage van het brutoloon
- marginaal belastingtarief
- Het percentage belasting dat je betaalt over extra verdiend inkomen, dus over je laatst verdiende euro.
- proportioneel belastingstelsel
- Een belastingstelsel waarbij alle inkomens hetzelfde percentage belasting betalen. Het gemiddelde belastingpercentage is voor iedereen gelijk
- degressief belastingstelsel
- Een belastingstelsel waarbij het gemiddelde belastingpercentage daalt als het inkomen toeneemt.
- denivellering
- Het groter worden van de relatieve (inkomens)verschillen.