Mutaties
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Mutatie
- Een verandering in de nucleotidevolgorde in het DNA van een cel.
- Genetische variatie
- De verscheidenheid aan genotypen binnen een populatie, die mede door mutaties toeneemt.
- Puntmutatie
- Een verandering in één enkel nucleotidepaar in het DNA.
- Genoommutatie
- Een verandering in het aantal chromosomen in een cel.
- Mutagene factoren
- Invloeden uit de omgeving die de kans op mutaties verhogen, zoals straling, chemische stoffen of virussen.
- Mutagene straling
- Vormen van straling, zoals radioactieve straling of ultraviolette straling, die het DNA kunnen beschadigen.
- Mutagene stoffen
- Chemische stoffen, zoals in sigarettenrook of asbest, die de kans op mutaties vergroten.
- Tumorsuppressorgen
- Een gen dat codeert voor eiwitten die de celcyclus kunnen stilleggen of celdood bevorderen om ongeremde deling te voorkomen.
- Apoptose
- De geprogrammeerde dood van een cel met onherstelbare DNA-schade.
- Proto-oncogen
- Een gen dat coderen voor eiwitten die de normale celgroei en celdifferentiatie stimuleren.
- Oncogen
- Een door mutatie veranderd gen dat een cel aanzet tot abnormaal snelle groei en deling.
- Tumor
- Een gezwel dat ontstaat door ongeremde celdeling.
- Goedaardige tumor
- Een gezwel dat het omringende weefsel niet verstoort en geen uitzaaiingen veroorzaakt.
- Kwaadaardige tumor
- Een gezwel dat de bouw van weefsels verstoort en kan uitzaaien naar andere organen.
- Primaire tumor
- Het eerste gezwel dat bij kanker ontstaat.
- Secundaire tumor
- Een gezwel dat in een ander orgaan ontstaat door uitzaaiing van de primaire tumor.
- Metastase
- De uitzaaiing van tumorcellen via het bloed of de lymfe naar andere lichaamsdelen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–