De Nederlandse Opstand
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Stadhouder
- Plaatsvervanger van de vorst in een gewest.
- Landsheer
- Vorst van een gebied, zoals een hertog of graaf in de Nederlandse gewesten.
- Staten
- Het eigen bestuur van een gewest.
- Privileges
- Speciale rechten en eigen wetten van steden en gewesten.
- Landvoogd
- Persoon die namens de vorst de Nederlanden bestuurt.
- Hagenpreken
- Calvinistische bijeenkomsten in de openlucht.
- Beeldenstorm
- De vernieling van beelden en schilderijen in honderden katholieke kerken en kloosters in 1566.
- Tachtigjarige Oorlog
- De Nederlandse Opstand tegen het Spaanse gezag (1568-1648).
- Geuzen
- Calvinistische opstandelingen die tegen de Spanjaarden vochten.
- Unie van Utrecht
- Militair en politiek bondgenootschap van opstandige gewesten en steden, gesloten in 1579.
- Plakkaat van Verlatinge
- Document uit 1581 waarmee de opstandige gewesten Filips II officieel afzwoeren als hun vorst.
- Soeverein
- Degene met het hoogste staatsgezag.
- Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- De onafhankelijke staat die de opstandige gewesten vanaf 1588 vormden.
- Twaalfjarig bestand
- Een periode van twaalf jaar (1609-1621) waarin de strijd tussen Spanje en de Republiek werd gestaakt.
- Vrede van Münster
- Het vredesverdrag in 1648 dat de Tachtigjarige Oorlog beëindigde.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–