1. Iran
Publiek
Woorden in deze lijst (37)
Origineel
- absolute afstand
- De afstand die je meet langs een rechte lijn (hemelsbreed).
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - breedtecirkel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt.Heet ook parallel.
- breedtegraad
- Een denkbeeldige lijn die over de aardbol loopt, evenwijdig aan de evenaar.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- evenaar
- Lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- heuvelland
- Gebied met een hoogte ligging tussen 200 en 500 m.
- hooggebergte
- Gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hoogteligging
- De ligging van een gebied in meters onder of boven zeeniveau.
- inzoomen
- De aarde dichterbij halen; het verkleinen van een gebied: van een groot gebied naar een kleiner gebied.
- kaart
- Een verkleinde tekening van een gebied.
- laagland
- Gebied met een hoogte ligging lager dan 200 m.
- legenda
- Uitleg van de kleuren en de symbolen op een kaart.
- lengtecirkel
- Zie meridiaan.
- lengteligging
- De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
- meridiaan
- Cirkel die plaatsen van gelijke lengteligging verbindt. Heet ook lengtecirkel.
- middelgebergte
- Gebied waar de meeste bergtoppen tussen de 500 en de 1.500 m hoog zijn.
- noordelijk halfrond
- De bovenste helft van de aardbol.
- noorderbreedte
- Breedteligging op het noordelijk halfrond.Wordt afgekort als N.B.
- Noordpool
- De noordelijkste plek op aarde.
- nulmeridiaan
- De lengtecirkell die over Greenwich (bij Londen) loopt.
- oostelijk halfrond
- Het gebied dat ten oosten van de nulmeridiaan ligt.
- oosterlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten oosten ervan.Wordt afgekort als O.L.
- overzichtskaart
- Kaart met een overzicht van de topografie in een bepaald gebied: steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen.
- parallel
- Zie breedtecirkel.
- plattegrond
- Een kaart van een wijk, een dorp of een stad met alle straten en huizenblokken erop.
- relatieve afstand
- De afstand die je meet in reistijd.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- schaal
- Geeft aan hoeveel een gebied op een kaart is verkleind.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- thematische kaart
- Kaart die over één onderwerp gaat, bijvoorbeeld het klimaat.
- uitzoomen
- Steeds verder weg van de aarde. Het vergroten van een gebied: van een klein gebied naar een groter gebied.
- westelijk halfrond
- Het gebied dat ten westen van de nulmeridiaan ligt.
- westerlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten westen ervan.Wordt afgekort als W.L.
- zuidelijk halfrond
- De onderste helft van de aardbol.
- zuiderbreedte
- Breedteligging op het zuidelijk halfrond.Wordt afgekort als Z.B.
- Zuidpool
- De zuidelijkste plek op aarde.