Blauwe begrippen - Hoofdstuk 3 - Landschappen
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- aride zone
- Landschapszone met droge klimaten.
- bodem
- De voor de plantengroei belangrijke bovenste laag van de aardkorst (in Nederland tot ongeveer 1,20 m diepte). Is een van de geofactoren.
- boreale zone
- Overgangsgebied tussen de gematigde en de polaire zone op de continenten, dus op het noordelijk halfrond.
- drainage
- Verlaging van de grondwaterstand en afvoeren van (geïnfiltreerd) regenwater door het aanleggen van greppels en/
of afvoerbuizen in de grond. - duurzaam landgebruik
- Natuurlijke hulpbronnen zodanig gebruiken dat men tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen.
- ecologische draagkracht
- Het vermogen van systeem aarde om al het leven in dat systeem te kunnen voorzien in een bestaan.
- fauna
- Al het dierlijke leven op aarde, zoals bacteriën, plankton, ongewervelde dieren, vogels, reptielen, amfibieën en zoogdieren. Is een van de geofactoren.
- flora
- Al het plantaardige leven op aarde, zoals mossen, grassen, bloeiende planten, struiken en bomen. Is een van de geofactoren.
- gematigde zone
- Landschapszone tussen de subtropische en de boreale zone (tussen de 30 en de 55° N.B. en Z.B.).
- geofactoren
- Factoren die door hun onderlinge relaties landschapszones vormen. De belangrijkste zijn het klimaat, de gesteenten, het reliëf en de mens.
- irrigatie
- Het kunstmatig nathouden van landbouwgronden.
- landdegradatie
- De achteruitgang van de kwaliteit van de bodem en het landschap door overbeweiding, te intensief gebruik en ontbossing, waardoor het land biologische en economische productiecapaciteit verliest.
- landschapszone
- Gebied met karakteristieke met elkaar samenhangende kenmerken.
- mens
- De mensheid heeft met haar handelen invloed op de aarde en landschappen. Daarom is de mens een van de geofactoren.
- milieuramp
- Acute en grootschalige gebeurtenis waarbij door menselijk handelen schadelijke stoffen in het milieu komen, waarbij er veel slachtoffers vallen, en/
of er veel schade aan de natuurlijke omgeving wordt toegebracht. - ontbossing
- Het kappen van bossen door de mens.
- overbeweiding
- Meer vee houden dan de natuurlijke vegetatie kan verdragen.
- polaire zone
- Landschapszone tussen de poolcirkel en de polen.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap. Is een van de geofactoren.
- subtropische zone
- Landschapszone tussen de tropen en de gematigde breedte (tussen de 20 en 30° N.B. en Z.B.).
- tropische zone
- Landschapszone tussen de 10° N.B. en 10° Z.B.
- versnelde bodemerosie
- Verdwijnen van de voor plantengroei belangrijke verweringslaag door menselijke activiteiten, sneller dan wanneer dit onder invloed van alleen natuur zou plaatsvinden.
- verwoestijning
- Uitbreiding van de woestijnen, veroorzaakt door verkeerde toepassing van landbouw, soms gecombineerd met klimaatvariaties.
- verziltiing
- Toename van het zoutgehalte van de bodem of van het grond- of oppervlaktewater.
- water
- Het water op aarde (oppervlakte- en grondwater, ijs). Heet ook hydrosfeer. Is een van de geofactoren.