6. Nederland: klimaat en duurzaamheid
Publiek
Woorden in deze lijst (68)
Origineel
- aanslibbingskust
- Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst.
- biobrandstof
- Brandstof die is gemaakt uit biomassa.
- biomassa
- Organische materialen, zoals plantaardige olie, hout, en groente- en tuinafval.
- bodemdaling
- Daling van de bodem door ontwatering of delfstoffen-winning.
- broeikaseffect
- Het vasthouden van de zonnewarmte door de dampkring.
- dampkring
- De lucht om ons heen.
- debiet
- De hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt in m³ per seconde.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- delta
- Een gebied vlak voor de monding, waar de rivier zich vertakt in vele rivierlopen.
- dijkverbetering
- Het verhogen en versterken van dijken.
- duin
- Een door de wind opgeworpen heuvel van zand.
- duurzame energiebron
- Energiebron die bij het gebruik ervan nooit opraakt en die het broeikaseffect niet versterkt. Heet ook hernieuwbare energiebron.
- energiebesparing
- Minder (fossiele) energie gebruiken.
- energiebron
- Iets wat energie oplevert.
- energietransitie
- Overgang van het gebruik van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen.
- fossiele brandstof
- Brandstof die in miljoenen jaren gevormd is uit resten van afgestorven planten, bomen en dieren (aardgas, aardolie en steenkool).
- fotosynthese
- Het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolstofdioxide in glucose en zuurstof door planten en bomen.
- gemengde rivier
- Rivier die behalve regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert.
- geothermische energie
- Duurzame energie uit de natuurlijke hitte in het binnenste van de aarde.
- glaciaal
- Koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalt en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook ijstijd.
- gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- gletsjerrivier
- Rivier die het smeltwater van een gletsjer afvoert.
- grondsoort
- Het losse materiaal aan de oppervlakte van de aardkorst.
- grondwater
- Water dat in de grond is weggezakt.
- hernieuwbare energiebron
- Energiebron die bij het gebruik ervan nooit opraakt en die het broeikaseffect niet versterkt. Heet ook duurzame energiebron.
- hydro-elektriciteit
- Duurzame energie, waarbij elektriciteit wordt opgewekt door waterkracht.
- ijstijd
- Koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalt en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook glaciaal.
- interglaciaal
- Warmere periode tussen twee ijstijden (glacialen) in.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over dertig of veertig jaar.
- klimaatadaptatie
- Aanpassing aan de klimaatverandering om de gevolgen ervan te verminderen.
- klimaatbestendige inrichting
- Inrichting die wateroverlast, droogte en hitte vermindert.
- klimaatverandering
- Verandering in het klimaat (bijvoorbeeld hogere temperatuur).
- koolstofdioxide (CO₂)
- Broeikasgas dat warmte vasthoudt op aarde.
- koolstofkringloop
- Alle uitwisselingen van koolstofdioxide (CO₂) op aarde.
- landijs
- Laag eeuwige sneeuw op het land die tot ijs is samen-geperst.
- nevengeul
- Extra afvoerkanaal in een rivier dat gebruikt wordt bij hoogwater.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- polder
- Gebied waar de waterstand kunstmatig wordt beheerd.
- regenrivier
- Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.
- regiem
- Schommelingen in de waterafvoer van een rivier (in de loop van een jaar).
- relatieve zeespiegelstijging
- De combinatie van de absolute zeespiegelstijging en het effect van de bodemdaling.
- rivier
- Natuurlijke waterloop die water afvoert uit een gebied.
- Ruimte voor de Rivier
- Maatregelen om de veiligheid te verbeteren in het rivieren-gebied.
- schaal van Beaufort
- Schaal om de kracht van de wind aan te duiden.
- stedelijk warmte-eiland
- In steden is de temperatuur door de dichtheid van bebouwing hoger dan op het platteland.
- stormvloedkering
- Beweegbare waterkering in rivieren en zeearmen.
- stroomgebied
- Het gebied dat afwatert op de hoofdrivier van een stroomstelsel.
- uiterwaard
- Het gebied tussen de winterdijk en de rivierbedding.
- veen
- Grondsoort die bestaat uit vergane plantenresten.
- verdamping
- De overgang van water (vloeibaar) in waterdamp (gasvormig).
- vergroening
- Meer groen in de woonomgeving: bomen, struiken en gras.
- verstening
- Toename van het bebouwde oppervlak en de infrastructuur.
- versterkt broeikaseffect
- De versterking van het natuurlijke broeikaseffect door de toename van CO₂ in de lucht.
- vertragingstijd
- De tijd die verstrijkt tussen het tijdstip dat de neerslag ergens in het stroomgebied valt en het moment dat het waterpeil stroomafwaarts in de rivier gaat stijgen.
- verval
- Hoogteverschil tussen twee plaatsen langs een rivier.
- verziltng
- Het zout worden van de bodem en/
of het water. - waterbalans
- Het verschil tussen neerslag en verdamping.
- waterberging
- Tijdelijke opslag van water bij storm op zee en extreme waterafvoer in rivieren.
- waterkringloop
- De voortdurende verplaatsing van water over de aarde.
- waterschap
- Organisatie die zorgt voor waterveiligheid, waterzuivering en genoeg zoet water.
- waterscheiding
- Grens tussen twee stroomgebieden.
- weer
- De temperatuur, de neerslag en de wind op een bepaalde plaats, op een bepaald moment.
- windenergie
- Duurzame opwekking van elektriciteit met windmolens.
- winterdijk
- Dijk die bij hoogwater in de rivier het water tegenhoudt.
- zandsuppletie
- Toevoeging van grote hoeveelheden zand langs de kust, waardoor de kust zich richting zee kan uitbreiden.
- zeespiegel
- De gemiddelde hoogte van het zeewater.
- zomerdijk
- Lage dijk in de uiterwaard die water tegenhoudt bij een kleine verhoging van de waterstand.
- zonne-energie
- Duurzame opwekking van elektriciteit met zonnepanelen.