Kapitel 3 Lernliste NL-D

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (55)
Origineel
- de bus
- der Bus
- de plattegrond
- der Stadtplan
- het plein, de plaats
- der Platz
- de rotonde
- der Kreisverkehr
- het station
- der Bahnhof
- het vliegveld
- der Flughafen
- de brug
- die Brücke
- de halte
- die Haltestelle
- de hoek
- die Ecke
- de informatie
- die Information
- de kant, de zijde
- die Seite
- de kruising
- die Kreuzung
- de lijn
- die Linie
- de metro
- die U-Bahn
- de richting
- die Richtung
- de trein (2x)
- die Bahn, der Zug
- het stoplicht
- die Ampel
- de tram
- die Straßenbahn
- het vliegtuig
- das Flugzeug
- het centrum
- das Zentrum
- het dorp - de dorpen
- das Dorf - die Dörfer
- het spoor
- das Gleis
- het ticket - de tickets
- das Ticket - die Tickets
- aankomen - aangekomen
- ankommen - angekommen
- afslaan, inslaan - afgeslagen, ingeslagen
- abbiegen - abgebogen
- gaan (rijden) met - gereden
- fahren mit - gefahren
- instappen - ingestapt
- einsteigen - eingestiegen
- lopen - gelopen
- laufen - gelaufen
- oversteken
- überqueren
- overstappen - overgestapt
- umsteigen - umgestiegen
- te voet gaan, lopen - gegaan
- zu Fuß gehen - gegangen
- uitstappen - uitgestapt
- aussteigen - ausgestiegen
- vertrekken - vertrokken
- abfahren - abgefahren
- zoeken
- suchen
- daarginds
- da drüben
- dichtstbijzijnde, volgende
- nächste
- Goede reis!
- Gute Fahrt!
- Graag gedaan!
- Gern geschehen!
- in de buurt van
- in der Nähe von
- laat
- spät
- naar huis
- nach Hause
- rechtdoor
- geradeaus
- terug
- zurück
- ver
- weit
- vroeg
- früh
- het verkeer
- der Verkehr
- de stad - de steden
- die Stadt - die Städte
- de straat
- die Straße
- fietsen - gefietst
- Rad fahren - gefahren
- nemen - genomen
- nehmen - genommen
- nodig hebben, erover doen
- brauchen
- vinden - gevonden
- finden - gefunden
- vliegen - gevlogen
- fliegen - geflogen
- weten - geweten
- wissen - gewusst
- het schip
- das Schiff