De Geo - Leerboek - 1 havo/vwo (Editie 2022) - Iran - Begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (41)
Origineel
- absolute afstand
- De afstand die je meet langs een rechte lijn (hemelsbreed).
- absolute ligging
- De coördinaten van een plaats (N.B./
Z.B. en W.L./ O.L.). - bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- breedtecirkel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- breedteligging
- De afstand van een plaats tot de evenaar.
- eeuwige sneeuw
- Gebied waar altijd sneeuw ligt.
- evenaar
- Lijn die de aardbol in twee helften verdeelt: het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond.
- heuvelland
- Gebied met een hoogteligging tussen 200 en 500 m.
- hoge breedte
- De ligging van een plaats ver van de evenaar (meer dan 60°).
- hooggebergte
- Gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hoogtegordel
- Plantengroeizone in een gebergte.
- hoogteligging
- De ligging van een gebied in meters onder of boven zeeniveau.
- inzoomen
- De aarde dichterbij halen; het verkleinen van een gebied: van een groot gebied naar een kleiner gebied.
- kaart
- Een verkleinde tekening van een gebied.
- kaartlezen
- Begrijpen wat op een kaart staat. Daarvoor heb je vier dingen nodig: de titel, de legenda, de noordpijl en de schaal.
- laagland
- Gebied met een hoogteligging lager dan 200 m.
- lage breedte
- De ligging van een plaats dicht bij de evenaar (minder dan 30°).
- legenda
- Uitleg van de betekenis van de kleuren en de symbolen op een kaart.
- lengteligging
- De afstand van een plaats tot de nulmeridiaan.
- meridiaan
- Cirkel die plaatsen van gelijke lengteligging verbindt.
- middelgebergte
- Gebied waar de meeste bergtoppen tussen de 500 en de 1.500 m hoog zijn.
- noordelijk halfrond
- De bovenste helft van de aardbol.
- noorderbreedte
- Breedteligging op het noordelijk halfrond. Wordt afgekort als N.B.
- Noordpool
- De noordelijkste plek op aarde.
- nulmeridiaan
- De lengtecirkel die over Greenwich (bij Londen) loopt.
- oosterlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten oosten ervan. Wordt afgekort als O.L.
- overzichtskaart
- Kaart met een overzicht van de topografie in een bepaald gebied: steden, rivieren, zeeën, bergen, wegen en spoorlijnen.
- parallel
- Cirkel die plaatsen van gelijke breedteligging verbindt. Heet ook parallel.
- plattegrond
- Een kaart van een wijk, een dorp of een stad met alle straten en huizenblokken erop.
- relatieve afstand
- De afstand die je meet in reistijd.
- reliëf
- Hoogteverschillen in het landschap.
- schaal
- Geeft aan hoeveel een gebied op een kaart is verkleind.
- schaalniveau
- De schaal waarop je naar de wereld kijkt: lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal.
- thematische kaart
- Kaart die over één onderwerp gaat, bijvoorbeeld het klimaat.
- topografie
- Beschrijving van plaatsen of gebieden (steden, rivieren, zeeën, bergen, enzovoort).
- uitzoomen
- Steeds verder weg van de aarde. Het vergroten van een gebied: van een klein gebied naar een groter gebied.
- westerlengte
- Afstand tot de nulmeridiaan van een plaats ten westen ervan. Wordt afgekort als W.L.
- zuidelijk halfrond
- De onderste helft van de aardbol.
- zuiderbreedte
- Breedteligging op het zuidelijk halfrond. Wordt afgekort als Z.B.
- Zuidpool
- De zuidelijkste plek op aarde.