TrabiTour -3 vmbo-gt - Kapitel 2 - Fit durchs Leben - C
Publiek
Woorden in deze lijst (10)
Origineel
- Kennst du diese Person da drüben?
- Ken jij die persoon daarginds?
- Wen meinst du?
- Wie bedoel je?
- Ich meine den jungen Mann/
die sportliche Frau mit den langen Haaren/ der dunklen Hautfarbe. - Ik bedoel de jonge man/
de sportieve vrouw met lang haar/ een donkere huidskleur. - Das ist mein Trainer/
meine Sportfreundin. - Dat is mijn trainer/
mijn sportvriendin. - Was für ein Typ ist er/
sie? - Wat voor type is hij/
zij? - Sie ist sportlich, darum kommen wir gut miteinander aus. Er ist streng, aber wir lernen viel bei ihm.
- Zij is sportief, daarom kunnen we goed met elkaar opschieten. Hij is streng, maar we leren veel bij hem.
- Trainierst du in einem Team/
alleine? - Train jij in een team/
alleen? - Ja/
Nein, ich bin ein/ kein Teamplayer. - Ja/
Nee, ik ben een/ geen teamspeler. - Und warum (nicht)?
- En waarom (niet)?
- Ich arbeite gern mit Menschen zusammen. Ich bin lieber unabhängig.
- Ik werk graag samen met mensen. Ik ben liever onafhankelijk.