Woordenlijst: 6.4. Keynesiaans model
Publiek
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- Keynesiaans model
- Een Keynesiaans model is een macro-economisch model om de economie van een land te beschrijven.
- Economische kringloop
- De economische kringloop is een schematisch model van de werking van de economie en geeft de geldstromen tussen gezinnen, bedrijven, de overheid, het buitenland en financiële instellingen (banken, pensioenfondsen, verzekeraars) weer.
- Bestedingsmethode
- De bestedingsmethode is een manier om het bruto binnenlands product (bbp) te bepalen, waarbij het bbp gelijk wordt gesteld aan de som van de bestedingen van gezinnen, bedrijven, de overheid en het buitenland bij binnenlandse bedrijven (Y = C + I + O + E - M).
- Objectieve methode
- De objectieve methode is een manier om het bruto binnenlands product te bepalen waarbij het bbp gelijk is aan de som van de toegevoegde waarde van bedrijven en de overheid.
- Toegevoegde waarde
- De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de omzet van een onderneming en de totale kosten van leveringen van derden (grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en diensten van derden).
- Subjectieve methode
- De subjectieve methode is een manier om het bruto binnenlands product te bepalen waarbij het bbp gelijk is aan de som van de primaire inkomens en de afschrijvingen.
- Primair inkomen
- Primair inkomen is inkomen waarvoor een tegenprestatie wordt geleverd (loon, rente, huur, pacht en winst).
- Afschrijvingen
- De kapitaalgoederen slijten en moeten op termijn worden vervangen (daar houdt de onderneming rekening mee via afschrijvingskosten)
- Bestedingsmethode
- De bestedingsmethode is een manier om het bruto binnenlands product (bbp) te bepalen, waarbij het bbp gelijk wordt gesteld aan de som van de bestedingen van gezinnen, bedrijven, de overheid en het buitenland bij binnenlandse bedrijven (Y = C + I + O + E - M).
- Particuliere spaarsaldo (S - I)
- Het particuliere spaarsaldo (S - I) is het verschil tussen de particuliere besparingen van gezinnen (S) en de particuliere investeringen van bedrijven (I).
- Overheidssaldo
- Het overheidssaldo is gelijk aan het verschil tussen de overheidsontvangsten en overheidsuitgaven.
- Saldo lopende rekening (E - M)
- Het saldo lopende rekening (E - M) is het verschil tussen de ontvangsten uit export (E) van goederen en diensten en de uitgaven aan import (I) van goederen en diensten.
- Vermogensmarkt
- De vermogensmarkt is de markt voor vraag naar en aanbod van vermogen en bestaat uit de geldmarkt en kapitaalmarkt.
- Nationale spaarsaldo
- Het nationale spaarsaldo is de som van het particuliere spaarsaldo (S - I) en het begrotingssaldo van de overheid (B - O).
- Autonome variabele
- Een autonome variabele is onafhankelijk van andere variabelen in het model.
- Exogene variabele
- Een exogene variabele is een variabele die van buiten het model wordt gegeven.
- Endogene variabele
- Een endogene variabele is een variabele die binnen het model wordt verklaard.
- Consumptie
- Consumptie is het kopen van goederen en diensten door huishoudens.
- Marginale consumptiequote
- De marginale consumptiequote (c) geeft aan welk deel van een extra euro inkomen wordt geconsumeerd.
- Marginale spaarquote
- De marginale spaarquote (1 - c) geeft aan welk deel van een extra euro inkomen wordt gespaard.
- Marginale belastingquote
- De marginale belastingquote (b) geeft aan welk deel van een extra euro inkomen naar de overheid gaat in de vorm van belastingen.
- Overheidsbestedingen
- De overheidsbestedingen (O) zijn gelijk aan de som van de overheidsconsumptie en de overheidsinvesteringen.
- Effectieve vraag (EV)
- De effectieve vraag (EV) is de totale vraag naar alle goederen en diensten in een bepaald land, gemeten over een bepaalde periode.
- Inkomensevenwicht
- Er is sprake van inkomensevenwicht als het inkomen (Y) gelijk is aan de effectieve vraag (EV).
- Consumptiefunctie
- De consumptiefunctie is één van de belangrijkste vergelijkingen in het Keynesiaans model en beschrijft het gedrag van gezinnen.
- Spaarfunctie
- De spaarfunctie is één van de functies in het Keynesiaans model en geeft aan welk deel van het besteedbare inkomen wordt gespaard en dus niet geconsumeerd.
- Consumentenvertrouwen
- Het consumentenvertrouwen is een conjunctuurindicator en geeft informatie over het vertrouwen van consumenten in hun eigen financiële situatie en de ontwikkeling van de Nederlandse economie.
- Producentenvertrouwen
- Het producentenvertrouwen is een conjunctuurindicator en geeft de verwachte ontwikkeling van de industriële productie weer, gebaseerd op verwachtingen van ondernemers.
- Multiplier
- De multiplier is een getal dat aangeeft in welke mate het nationaal inkomen verandert als een autonome besteding of autonome belasting verandert.
- Multipliereffect
- Het multipliereffect betekent dat een toename van de autonome bestedingen of een afname van de autonome belastingen tot een grotere toename van het inkomen leidt.
- Autonome consumptie
- De autonome consumptie is de consumptie die onafhankelijk is van andere variabelen in het Keynesiaanse model.
- Belastinglek
- Het belastinglek is één van de weglekeffecten, waarbij een deel van het extra inkomen wordt afgedragen aan de overheid in de vorm van belastingen en daardoor niet als besteding terugkomt in het Keynesiaans model.
- Spaarlek
- Het spaarlek is één van de weglekeffecten, waarbij een deel van het extra besteedbare inkomen wordt gespaard en daardoor niet als besteding terugkomt in het Keynesiaans model.
- Weglekeffect
- Een weglekeffect is geld dat niet als besteding terugkomt in het Keynesiaanse model.
- Inverdieneffect
- Er is sprake van een inverdieneffect als de belastingontvangsten stijgen door een verlaging van de belasting of een toename van de overheidsbestedingen.
- Uitverdieneffect
- Er is sprake van een uitverdieneffect als de belastingontvangsten dalen door een verhoging van de belasting of een afname van de overheidsbestedingen.
- Keynesiaanse kruis
- Het Keynesiaanse kruis geeft het korte termijn evenwicht weer tussen de bestedingen of effectieve vraag (EV) en het inkomen (Y) bij gegeven rente en inflatie.
- IS-MB-GA model
- Het IS-MB-GA model is een macro-economisch model dat de economie van een land probeert te beschrijven met behulp van drie curves: de IS-curve, de MB-curve en de GA-curve.
- Productiefunctie
- De productiefunctie is een functie die het verband weergeeft tussen enerzijds de productiecapaciteit of potentiële productie (Y*) en anderzijds de beschikbare hoeveelheid kapitaal (K), de beschikbare hoeveelheid arbeid (L) en de productiviteit (A).
- Totale factorproductiviteit
- De totale factorproductiviteit geeft aan hoe productief arbeid en kapitaal worden ingezet om toegevoegde waarde te creëren. Het is de groei van het bbp die niet kan worden verklaard door de input van arbeid en kapitaal.
- Arbeid
- Arbeid is een productiefactor die mensen lichamelijk of geestelijk uitvoeren.
- Kapitaal
- Kapitaal is een productiefactor die bestaat uit geldkapitaal en kapitaalgoederen.
- Constante schaalopbrengsten
- Er is sprake van constante schaalopbrengsten als dezelfde procentuele toename van de productiefactoren arbeid (L) en kapitaal (K) tot een evenredige toename van de potentiële productie (Y*) leidt.
- Afnemende meeropbrengsten
- Er is sprake van afnemende meeropbrengsten als de hoeveelheid kapitaal (K) constant is en een procentuele toename van de hoeveelheid arbeid (L) tot een minder dan evenredige toename van de potentiële productie (Y*) leidt.
- Bestedingsevenwicht
- Bestedingsevenwicht is een situatie waarbij de effectieve vraag (EV) gelijk is aan de productiecapaciteit.
- Output gap
- De output gap is gelijk aan het verschil tussen de werkelijke productie van een economie en de potentiële productie (of productiecapaciteit).