Begrippenlijst Hoofdstuk 1 speltheorie
Publiek
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- Actie
- keuze van een speler in een economiespel
- Collectieve dwang
- opleggen van acties
- Collectieve opbrengst
- opbrengst van alle spelers gezamenlijk
- Dominante actie
- actie die altijd gekozen wordt
- Economiespel
- situatie van strategische interactie
- Geloofwaardige zelfbinding
- zelfbinding waarbij acties geloofwaardig worden uitgesloten
- Gevangendilemma
- economiespel waarbij de uitkomst voor beide spelers lager is als ze hun eigenbelang nagagen dan de uitkomst waarbij beide spelers het collectieve belang nagagen
- Herhaald spel
- situatie waarbij een economiespel meerdere keren achter elkaar gespeeld wordt
- Kolomspeler
- speler die bepaalt welke kolom van de opbrengstenmatrix gespeeld wordt
- Meeliftgedrag
- gedrag dat een speler opbrengsten oplevert zonder dat de speler ervoor heeft betaald
- Nash-evenwicht
- situatie waarin iedere speler zijn beste actie heeft gekozen gegeven de gekozen acties van alle andere spelers
- Nash-evenwicht in dominante acties
- Nash-evenwicht waarbij iedere speler een dominante actie kiest
- Opbrengstenboom
- boomdiagram met opbrengsten voor beide spelers bij alle mogelijke combinaties van acties als keuzes volgtijdelijk gemaakt worden
- Opbrengstenmatrix
- matrix met opbrengsten voor beide spelers bij alle mogelijke combinaties van acties als keuzes tegelijkertijd gemaakt worden
- Reputatie
- beeldvorming over een speler door andere spelers
- Rijspeler
- speler die bepaalt welke rij van de opbrengstenmatrix gespeeld wordt
- Sociale norm
- ongeschreven regel over gepast gedrag
- Speler
- beslissingsnemer in een economiespel
- Speltheorie
- wiskundige theorie om situaties met strategische interactie te analyseren
- Speluitkomst
- situatie die ontstaat nadat een economiespel gespeeld wordt
- Strategische interactie
- situatie waarbij er rekening gehouden wordt met de reacties van anderen bij het maken van keuzes
- Wederzijdse afhankelijkheid
- situatie waarbij de actie van een speler een andere speler beïnvloedt, en andersom
- Zelfbinding
- praktijk waarbij een speler de opbrengst van een actie voor zichzelf nadelig beïnvloedt
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–