Leerboek - 2 vmbo-t/havo - 6 Regenten & vorsten
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- wapen
- Voorwerp dat gebruikt wordt in een strijd of oorlog om iemand aan te vallen of je te verdedigen. Ook: afbeelding op een wapenschild, dat het teken is van een bepaalde familie, een bepaalde provincie of staat.
- provincie
- Door de Romeinen veroverd gebied buiten Italië. Later ook gebruikt voor: onderdeel van een rijk of staat waarin een eigen plaatselijk bestuur bestaat.
- eendracht
- Goed samenwerken zonder ruzies en conflicten.
- republiek
- Staat zonder koning of andere vorst. Het woord republiek betekent in het Latijn (de taal van de Romeinen): ‘iets van iedereen’.
- staat
- Gebied binnen grenzen waarover één regering de macht heeft.
- burger
- Iemand die volop meetelt als lid van een samenleving en gelijkwaardig is aan andere leden van die samenleving: burgers van een stad, burgers van een land.
- regering
- Groep bestuurders, meestal ministers, die plannen maakt voor nieuwe wetten en bestaande wetten uitvoert.
- oorlog
- Gewapende strijd tussen landen.
- democratie
- Regering door het volk; een land is democratisch als het volk veel invloed heeft op wat er in een land gebeurt.
- macht
- Vermogen om anderen te laten doen wat jij wilt.
- bestuur
- Een door het volk gekozen hoogste bestuurder van een land.
- regent
- Bestuurder, machthebber die geen inspraak toestaat.
- verkiezingen
- Kiezen van vertegenwoordigers of bestuurders door het uitbrengen van stemmen.
- vertegenwoordiger
- Iemand die namens iemand anders of een groep andere mensen optreedt en opkomt voor hun belangen.
- edele
- Iemand die als grondbezitter voorrechten heeft boven het gewone volk en vaak denkt dat zijn familie uit betere mensen bestaat.
- stadsrecht
- Recht van een stad om een eigen zelfstandig bestuur te vormen, met een eigen rechtspraak.
- voorrecht
- Iets mogen wat een ander niet mag. Beter behandeld worden dan anderen
- onafhankelijkheid
- Als een land zichzelf bestuurt zonder invloed of macht van anderen, is het land onafhankelijk, het heeft onafhankelijkheid.
- stadhouder
- Plaatsvervanger van de koning in een Nederlandse provincie. Na het afzetten van de koning werden de stadhouders door de regenten benoemd. Het waren altijd leden van de familie van Oranje-Nassau.
- opstand
- Groot verzet tegen degenen die ergens de baas zijn.
- vorst
- Prins, koning of keizer, iedereen die regeert omdat hij bij een bepaalde familie hoort.
- verbond
- Overeenkomst tussen mensen of staten om samen iets te doen.
- adel
- Groep mensen die voorrechten heeft boven gewone mensen en zich daarom beschouwt als stand. De stand van de adel bestaat uit grootgrondbezitters. De leden zijn edelen.
- verzet
- Ergens tegenin gaan omdat je het er niet mee eens bent.
- absolutisme
- Als een vorst alleen de macht heeft in een land, zonder dat iemand hem kan tegenspreken, noem je dat absolutisme.
- goddelijk recht
- Een recht waarvan beweerd wordt dat het van God of van de goden is verkregen.
- indruk
- Gedachte die bij iemand ontstaat doordat hij iets ziet, bijvoorbeeld een schilderij. Als datgene wat hij ziet erg groots en machtig is, krijgt hij een indruk van ontzag en respect: je raakt ergens van ‘onder de indruk’
- belasting
- Verplichte geldbetaling aan de regering voor wat een land nodig heeft, zoals scholen, wegen, ziekenhuizen, enzovoort.
- bisschop
- Hogere geestelijke in de rooms-katholieke kerk die leidinggeeft aan een gebied.
- kunst
- Maken van beeldhouwwerken, schilderijen, gebouwen en andere objecten die bedoeld zijn om mooi gevonden te worden of iets te versieren.
- portret
- Afbeelding van een persoon waarop je het gezicht goed kunt herkennen.
- god
- Een eeuwig levend, bovenmenselijk oppermachtig wezen dat vereerd wordt. Mensen die een godsdienst aanhangen, geloven dat er een god of meerdere goden bestaan. Het kan niet worden bewezen dat er een god of goden bestaan.