Module 7: Economische groei - 4/5 HAVO - Hoofdstuk 3
Publiek
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- Arbeidsaanbod
- beroepsbevolking
- Arbeidsparticipatie
- aantal mensen dat betaalde arbeid verricht als percentage van de beroepsbevolking
- Beroepsbevolking
- alle 15- tot 75-jarigen die in een land wonen en betaalde arbeid verrichten plus alle geregistreerde werklozen
- Contingent
- Invoerquotum
- Economisch structuurbeleid
- beleid van de overheid gericht op verhoging van de factorproductiviteit
- Economische groei
- positieve procentuele verandering van het bbp door de tijd
- Factorproductiviteit
- factor die de productiviteit van arbeid en kapitaal bepaalt
- Fysieke infrastructuur
- publiek kapitaal dat ook gebruikt kan worden bij productie
- Infant-industry-argument
- bescherming van binnenlandse productie als het een jonge industrie betreft
- Invoerrechten
- extra belasting op geïmporteerde producten
- Kapitaal-arbeidverhouding
- verhouding van de inzet van kapitaal en arbeid bij de productie
- Loonelasticiteit
- procentuele verandering van de aangeboden hoeveelheid arbeid gedeeld door de procentuele verandering van het loon
- Monetaire infrastructuur
- de infrastructuur die de financiële kant van een ruil mogelijk maakt
- Nominale economische groei
- procentuele verandering van de nominale waarde van het bbp door de tijd
- Non-tarifaire belemmering
- belemmering van de import anders dan door het instellen van een invoertarief
- Privaat kapitaal
- kapitaalgoederen die door marktpartijen ingebracht worden
- Protectie
- afschermen van de binnenlandse productie voor buitenlands aanbod
- Publiek kapitaal
- kapitaalgoederen die door de overheid ingebracht worden
- Reële economische groei
- procentuele verandering van de reële waarde van het bbp door de tijd
- Vergrijzing
- demografisch verschijnsel waarbij het relatieve aantal ouderen in de leeftijdsopbouw stijgt
- Werkgelegenheid
- het totaal aan arbeid dat gevraagd wordt
- Werkzame beroepsbevolking
- deel van de beroepsbevolking dat betaalde arbeid verricht
- Wig
- verschil tussen de loonkosten en het nettoloon