7. Rusland en zijn buren
Publiek
Woorden in deze lijst (79)
Origineel
- arbeid
- Betaald werk dat mensen doen door goederen te maken of diensten te verlenen.
- autonomie
- Vrijheid van een land of gebied om eigen wetten en regels te bepalen. Heet ook zelfbestuur.
- bevolkingsexplosie
- Sterke toename van de bevolking door natuurlijke bevolkingsgroei.
- bodem
- De voor de plantengroei belangrijke bovenste laag van de aardkorst (tot ongeveer 1 m).
- bodemprofiel
- Verticale doorsnede van de bodem die de opeenvolging van verschillende lagen (of horizonten) laat zien.
- bodemvervuiling
- Verontreiniging van de bodem, bijvoorbeeld doordat mensen chemisch of nucleair afval dumpen.
- BRICS-landen
- Verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika.
- chernozem
- Vruchtbare bodem met een dikke, zwarte bovenlaag die bestaat uit humus met een hoog kalkgehalte. Heet ook zwarte aarde.
- communisme
- Politieke vorm waarbij de staat alle bedrijven bezit en bepaalt welke producten worden gemaakt.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- demografisch transitmodel
- Model dat de overgang laat zien van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische krimp
- Krimp of afname van de bevolking. Heet ook bevolkingskrimp.
- erts
- Gesteente waaruit een delfstof (vaak een metaal) kan worden ontrokken.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levend-geboren per duizend inwoners per jaar.
- geboorteoverschot
- Als er in een jaar meer mensen worden geboren dan dat er mensen sterven.
- gematigde zone
- Het gebied tussen de breedtecirkels van 23½ en 66½° N.B. en 23½ en 66½° Z.B. Gematigd wil zeggen: niet te warm en niet te koud.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners verdrongen worden.
- geopolitiek
- Het uitoefenen van macht door een land vanwege zijn voorraad natuurlijke hulpbronnen of ligging.
- horizont
- Laag in een bodem.
- humus
- Afbraakmateriaal van dode planten en dieren in een bodem.
- industrialisatie
- Overgang van een economie gericht op landbouw naar een economie gericht op productie in fabrieken.
- inspoeilingshorizont
- Laag in een bodem waarin materiaal uit bovenliggende lagen is terechtgekomen.
- isotherm
- Lijn die plaatsen met eenzelfde temperatuur met elkaar verbindt.
- kapitaal
- Alle gebouwen, machines, hulpmiddelen en voertuigen die nodig zijn voor de productie.
- landbouwdriehoek
- Vruchtbaar landbouwgebied in Rusland dat wordt begrensd door de steden Odesa (Odessa), Irkutsk (Irkoetsk) en Sint-Petersburg.
- landklimaat
- Klimaat met in de koudste maand een gemiddelde dagtemperatuur die lager is dan −3 °C en in de warmste maand hoger dan +10 °C.
- luchtdruk
- Temperatuurzone op aarde: tropen, gematigde zone en poolstreken.
- luchtvervuiling
- Verontreiniging van de lucht, bijvoorbeeld door de uitstoot van uitlaatgassen.
- migratie
- Verhuizen van de ene woonplaats naar een andere.
- migratiesaldo
- De som van vestiging en vertrek.
- milieu-aantasting
- Ingrepen in de natuur en het landschap waardoor de kwaliteit ervan achteruitgaat.
- milieuamp
- Door mensen veroorzaakte ramp met veel schade in de natuurlijke omgeving.
- milieu-uitputting
- Het opraken van natuurlijke hulpbronnen door menselijk gebruik.
- milieuvervuiling
- Verontreiniging van het milieu door het te gebruiken als afvalbak.
- moedermateriaal
- Het vaste gesteente waaruit een bodem is ontstaan.
- natie
- Een volk dat in één staat woont.
- natiestaat
- Een staat waar één volk woont.
- natuur
- Onderdeel van de natuurlijke omgeving die nodig zijn voor de productie, zoals grond, delfstoffen, grondstoffen en water.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.
- natuurlijke hulpbron
- Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.
- natuurramp
- Ramp veroorzaakt door de natuur met veel slachtoffers en grote schade.
- oerbank
- Keiharde laag in een podzol waar de uitgespoelde voedingsstoffen en mineralen samenkitten.
- oligarch
- Persoon met grote economische macht en daardoor politieke invloed. Maakt deel uit van een kleine elite die de macht in handen heeft (oligarchie).
- ontgroening
- Afname van het aandeel jongeren (onder de 20 jaar) in de totale bevolking.
- opkomend land/
groeiland - Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar dat wel een snelle economische groei doormaakt.
- permafrost
- Permanent bevroren ondergrond.
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt; communistisch productiesysteem.
- podzol
- Bodem die wordt gekenmerkt door het wegspoelen van vooral ijzer, aluminium en humus naar dieper gelegen lagen.
- poolstreek
- Het gebied ten noorden van 66½° N.B. en ten zuiden van 66½° Z.B. Heet ook polaire zone.
- primate city
- Een stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land.
- productiemiddel
- Wat nodig is om iets te maken: arbeid, kapitaal en/
of natuur. - re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- ruraal-urbane migratie
- Migratie van het platteland naar de stad.
- russificatie
- Het verspreiden van de invloed van de Russische cultuur in gebieden met een andere cultuur.
- schild
- Een zeer oud stuk aardkorst van minstens 500 miljoen jaar oud.
- sociale bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal doordat mensen uit een gebied vertrekken of doordat ze zich er vestigen.
- staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in de stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.
- steppe
- Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.
- sterftecijfer
- Het gemiddelde aantal overleden personen per duizend inwoners per jaar.
- sterfteoverschot
- Er gaan meer mensen dood dan dat er kinderen worden geboren.
- suburb
- Zie voorstad.
- suburbanisatie
- De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.
- taiga
- Zone in de gematigde luchtstreek waar naaldbomen groeien. In de winter is het er gemiddeld kouder dan −3 °C. Heet ook naaldbomengordel.
- toendra
- Boomloos gebied in de poolstreken met begroeiing van grassen, mossen en lage struikjes.
- toendraklimaat
- Koud klimaat met ’s zomers een gemiddelde dagtemperatuur die lager is dan 10 °C.
- uitspoeling
- Het naar beneden zakken van overtollig water in een bodem, waarbij voedingsstoffen worden meegenomen.
- uitspoelingshorizont
- Laag in een bodem waaruit de voedingsstoffen zijn weggespoeld.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- vertrekoverschot
- Als er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er zich vestigen.
- verwoestijning
- Uitbreiding van een woestijn.
- vestigingsoverschot
- Als er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- volk
- Een groep mensen die al eeuwenlang samenwoont en dezelfde cultuur heeft.
- voorstad
- Door suburbanisatie snel gegroeid dorp of stadje dicht bij een grote stad.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarin bedrijven eigendom zijn van personen en de ondernemers zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden; kapitalistisch productiesysteem.
- watervervuiling
- Verontreiniging van oppervlaktewater, bijvoorbeeld door het lozen van afvalwater.
- wereldstad
- Heel grote stad die op mondiale schaal een rol van betekenis speelt op het gebied van economie, cultuur en politiek. Heet ook global city of metropool.
- woestijn
- Een erg droog gebied waar bijna niets groeit.
- xenofobie
- Angst voor of afkeer van mensen met een andere culturele en/
of etnische achtergrond.