Klimaatvraagstukken - Hoofdstuk 1

Publiek
0
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- atmosfeer
- Het geheel aan gasvormige stoffen die het vaste en vloeibare deel van de aardkorst omringen.
- diepwaterpomp
- Het thermohaline circulatiesysteem in de oceaan waarbij koud water afzinkt bij Groenland, via de diepte bij de tropische streken aan de oppervlakte komt en weer naar het noorden wordt gezogen.
- El NiƱo
- Periode met een sterke opwarming van het zeewater bij de evenaar langs de westkust van Zuid-Amerika en over een deel van de Stille Oceaan.
- energiebalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook stralingsbalans.
- hogedrukgebied
- Gebied met een dalende luchtbeweging, waardoor het gewicht van de kolom lucht boven aarde groot is. Heet ook maximum.
- koude zeestroom
- Relatief koude waterstroming in oceanen en zeeƫn.
- lagedrukgebied
- Gebied met een lagere luchtdruk dan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook minimum
- luchtcirculatie
- De verplaatsing van lucht in de atmosfeer (grote windsystemen).
- maximum
- Gebied met een dalende luchtbeweging, waardoor het gewicht van de kolom lucht boven aarde groot is. Heet ook hogedrukgebied.
- minimum
- Gebied met een lagere luchtdruk dan het aardoppervlak dan in de omgeving. Heet ook lagedrukgebied.
- moesson
- Land- of zeewind die half jaar ongeveer 180° van richting verandert.
- oceanische circulatie
- De verplaatsing van water in de oceanen (o.a. zeestromen).
- passaat
- Relatief droge wind die het hele jaar uit oostelijk richting van de subtropische hoogdrukgebieden naar de evenaar waait.
- stralingsbalans
- De optelsom van de kortgolvige instraling (zonlicht) op aarde, de naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige uitstraling (warmte) van de aarde. Heet ook energiebalans.
- terugkoppelingsmechanisme
- BeĆÆnvloeding van het gedrag van een systeem door verandering van eigenschappen van het systeem zelf. Sommige gevolgen versterken de situatie (positieve terugkoppeling), andere gevolgen werken de verandering tegen (negatieve terugkoppeling)
- verstoring van het Atlantische circulatiesysteem
- Situatie waarbij de hoeveelheid koud en zout water dat bij Groenland afzinkt verandert, waardoor de circulatie van de diepzeestroming wordt verstoord.
- warme zeestroom
- Relatief warme waterstroming in oceanen en zeeƫn.