Frans Chap. 3 AB+ Zinnen C
Publiek
9keer geoefend
Woorden in deze lijst (53)
Origineel
- le short de bain
- de zwembroek
- le pull
- de trui
- le T-shirt
- het T-shirt
- la robe
- de jurk
- le pantalon
- de broek
- l'anniversaire
- de verjaardag
- le copain
- de vriend
- la copine
- de vriendin
- le centre commercial
- het winkelcentrum
- le magasin
- de winkel
- l'hiver
- de winter
- acheter
- kopen
- essayer
- proberen
- prendre
- nemen
- moche
- lelijk
- beau, belle
- mooi
- comme
- zoals
- et toi
- en jij
- bien sûr
- natuurlijk
- bientôt
- binnenkort
- on y va!
- laten we gaan!
- les baskets
- de gympen
- les chaussures
- de schoenen
- la rue
- de straat
- l'histoire
- de geschiedenis
- les ados
- de tieners
- la couleur
- de kleur
- l'objet
- het object
- porter
- dragen
- dépenser
- uitgeven
- appeler
- noemen
- célèbre
- beroemd
- accro
- verslaafd
- premier
- eerste
- né
- geboren
- blanc
- wit
- grand
- groot
- devant
- voor
- vraiment
- echt
- presque
- bijna
- plusieurs
- meerdere
- On va en ville, ce weekend?
- Gaan we dit weekend naar de stad?
- Oui, je voudrais acheter un nouveau jean.
- Ja, ik wil een nieuwe spijkerbroek kopen.
- Comment tu trouves ce jean bleu?
- Hoe vind je deze blauwe spijkerbroek?
- Pas mal.
- Niet slecht, leuk.
- Il coute combien?
- Hoeveel kost het?
- 45 euros seulement.
- Slechts 45 euro.
- Ce n'est pas cher.
- Dat is niet duur.
- Tu fais quelle taille?
- Welke maat heb je?
- Du m.
- m.
- Tu veux l'acheter?
- Wil je het kopen?
- Oui, il est beau!
- Ja, hij is mooi!
- Non, il est trop petit.
- Nee, hij is te klein.