Overzicht begrippen bouwstenen van stoffen
Publiek
Woorden in deze lijst (13)
Origineel
- Atomen
- Alle stoffen bestaan uit atomen. Bij de meeste stoffen zitten die in groepjes aan elkaar: moleculen. Er zijn 118 verschillende atoomsoorten bekend, elk met een eigen symbool.
- Atoommodel
- Je kunt een atoommodel gebruiken om de bouw van een atoom te beschrijven. Er zijn drie atoommodellen die je moet kennen: 1) Atoommodel van Dalton: atomen zijn ondeelbare massieve bolletjes. 2) Atoommodel van Thomson: atomen zijn wel deelbaar, ze bevatten elektronen. 3) Atoommodel van Rutherford: atomen bestaan uit een heel compacte atoomkern waar protonen, lading van 1+, in zitten en neutronen, met een neutrale lading. In een wolk om de kern bevinden zich elektronen, met een lading van 1−.
- Atoomnummer
- Iedere atoomsoort heeft een uniek atoomnummer, dat aangeeft hoeveel protonen er in een atoom zitten. Je vindt het atoomnummer in het periodiek systeem.
- Formule
- Je geeft in een formule met symbolen weer welke atoomsoorten in een stof voorkomen. Rechtsonder elk symbool staat een getal, de index, waarmee je aangeeft hoeveel van die atoomsoort voorkomt. Om meerdere moleculen weer te geven, zet je een getal, de coëfficiënt, voor de formule. De index 1 en de coëfficiënt 1 laat je altijd weg.
- Isotopen
- Isotopen zijn atomen met hetzelfde atoomnummer maar een ander massagetal.
- Macroniveau
- Het macroniveau is datgene wat je met je zintuigen kunt waarnemen.
- Massagetal
- Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern van een atoom.
- Microniveau
- Het microniveau kun je niet waarnemen. Je gebruikt dan een model, een versimpelde weergave van de werkelijkheid, om toch een voorstelling ervan te krijgen.
- Moleculen
- De meeste stoffen bestaan uit heel kleine delen die we moleculen noemen. Moleculen zelf bestaan weer uit nog kleinere bouwstenen: atomen.
- Ontleedbare en Niet-ontleedbare stof
- Een ontleedbare stof bestaat uit meerdere soorten atomen. Het wordt ook wel een verbinding genoemd. Een niet-ontleedbare stof bestaat maar uit één soort atomen.
- Periodiek systeem
- In het periodiek systeem zijn alle bekende atoomsoorten op atoomnummer ingedeeld in perioden (rijen) en groepen (kolommen).
- Relative atoommassa
- Elk atoom heeft een atoommassa in u. Elke atoomsoort heeft een relatieve atoommassa; dit is een gewogen gemiddelde van de atoommassa’s van alle in de natuur voorkomende isotopen. De relatieve atoommassa vind je in het periodiek systeem. Met de relatieve atoommassa kun je de massa van moleculen, de molecuulmassa, berekenen maar ook het massapercentage van een atoomsoort in een verbinding.
- Systematische naam
- Dit is de scheikundige naam van een stof. Hiermee geef je aan welke atoomsoorten en hoeveel hiervan in een molecuul voorkomen. Sommige stoffen hebben ook een triviale naam, oftewel alledaagse naam.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–