Westerse wereldrijken
Publiek
Woorden in deze lijst (9)
Origineel
- Moderne imperialisme
- De snelle uitbreiding van Europese koloniale gebieden in Azië en Afrika tussen 1870 en 1914, waardoor grote wereldrijken ontstonden.
- Afzetgebied
- Een gebied waar producten worden verkocht.
- Europeanisering
- De verspreiding van de Europese cultuur buiten Europa, bijvoorbeeld door de verspreiding van het christendom en de Europese taal.
- Invloedssferen
- Gebieden waar staten van buiten veel invloed hebben.
- Protectoraat
- Een land waarover een ander land heerst.
- Bezetten
- Het veroveren van een gebied en het in bedwang houden van de bevolking door een leger.
- Wedloop om Afrika
- De snelle kolonisatie van bijna heel Afrika ten zuiden van de Sahara door Europese regeringen binnen een periode van tien jaar.
- Genocide
- Het volgens een plan vermoorden van een volk of bevolkingsgroep.
- Guerrillaoorlog
- Een oorlog met kleine aanvallen door strijdgroepen die zich schuilhouden onder de bevolking.
–
–
–
–
–
–
–
–
–