Begrippen 7.2 bio
Publiek
4keer geoefend
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- signaalstoffen
- stoffen waarmee communicatie tussen cellen plaatsvindt (meercellige organismen)
- Hormoonklieren
- Endocriene klieren die signaalstoffen afgeven in de vorm van hormonen
- hormonen
- signaalstoffen die de hormoonklieren afgeven
- receptoren
- delen van cellen waaraan een bepaald hormoon kan binden (sleutel slot principe)
- doelwitorgaan
- Orgaan waarvan de cellen receptoren bezitten, hieraan kunnen bepaalde hormonen binden
- hormoonconcentratie
- de concentratie van een hormoon in het bloed, ook wel de hormoonspiegel genoemd
- hormoonreceptoren
- receptoren voor een bepaald hormoon op of in de cellen van een doelwitorgaan
- endocrien
- een klier dat zijn product direct aan het bloed afgeeft (een voorbeeld: hormoonklieren)
- exocrien
- een klier dat zijn product via een afvoerbuis afgeeft (bijv: zweetklieren en speekselklieren)
- steroïdhormonen
- hormonen die eigenschappen hebben van vetten en vaak gevormd worden uit cholesterol
- receptor in het cytoplasma
- receptor die zich in het cytoplasma bevindt: wanneeer een hormoon zich hieraan bindt ontstaat een hormoon-receptorcomplex (de sleutel en het slot samen)
- peptidehormonen (eiwithormonen)
- hormonen die goed in water kunnen oplossen en niet door het celmembraan heen kunnen (ze binden aan de receptor in het celmembraan)
- receptor in het celmembraan
- deze bindt aan de peptidehormonen (eiwithormonen) waardoor er aan de binnenzijde van het celmembraan een signaalmolecuul (second messenger) gevormd of geactiveerd wordt
- second messenger
- nadat een peptidehormoon (eiwithormoon) aan een receptor is gebonden, wordt er een signaalmolecuul gevormd of geactiveerd dat het signaal in de cel doorgeeft
- cascade
- een signaal dat via meerdere schakels in de cel wordt doorgegeven
- hormoonstelsel
- alle hormoonklieren in het lichaam
- hypofyse
- een hormoonklier in de hersenen die verschillende hormonen aanmaakt (sommige hiervan beïnvloeden andere hormoonklieren)
- hypothalamus
- gedeelte van de hersenen dat net boven de hypofyse ligt en de verbinding is tussen het zenuwstelsel en het hormoonstelsel
- schildklier
- hormoonklier die in de hals, voor het strottenhoofd tegen de luchtpijp aan ligt
- eilandjes van langerhans
- endocriene cellen in de alvleesklier die hormonen maken en ervoor zorgen dat de glucoseconcentratie in het bloed ongeveer constant blijft
- bijnieren
- liggen als kapjes bovenop de nieren en bestaan uit bijnierschors en bijniermerg