5. Landschappen in Europa
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- aardas
- De as waar de aarde om draait; een denkbeeldige lijn van Noordpool naar Zuidpool door het middelpunt van de aarde.
- akkerbouw
- Vorm van landbouw waarbij gewassen als graan, mais en aardappelen worden verbouwd op grote akkers.
- alpenweide
- Hoogtegordel met gras en mos die in de bergen ligt boven de boomgrens.
- boomgrens
- De grens waarboven het te koud is voor boomgroei.
- bosbouw
- Vorm van landbouw waarbij bomen gekweekt worden voor de productie van hout.
- gletsjer
- Hooggelegen ijsmassa (bijvoorbeeld in een gebergte) die heel langzaam naar beneden stroomt.
- heuvelland
- Gebied met heuvels tussen de 200 en 500 m hoogte.
- hooggebergte
- Gebergte met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
- hooggebergteklimaat
- Koud klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur nooit hoger is dan 0 °C. Heet ook sneeuwklimaat.
- hoogtegordel
- Zone op een bepaalde hoogte in de bergen waar vooral één soort vegetatie voorkomt, bijvoorbeeld loofbomen.
- irrigatie
- Water op het land brengen om gewassen te laten groeien.
- laagland
- Gebied dat lager ligt dan 200 m. Er zijn weinig hoogteverschillen.
- landbouw
- Het produceren van voedsel en andere producten door gewassen te verbouwen of dieren te houden.
- landklimaat
- Klimaat met warme zomers en koude winters. De neerslag valt in alle seizoenen.
- lijzijde
- De zijde van de berg waar de wind niet op staat. Het is de droge kant van de berg.
- loefzijde
- De kant van een berg waar de wind tegenaan waait. Het is de natte kant van de berg.