Eiwitten
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Eiwitten
- Polymeren die behoren tot de polyamiden en zijn opgebouwd uit aminozuren.
- Aminozuren
- Monomeren met een carboxylgroep en een aminogroep die de bouwstenen van eiwitten vormen.
- Zijgroep
- Het variabele deel van een aminozuurmolecuul, aangeduid met de letter R.
- Primaire structuur
- De volgorde van de aminozuren in de aminozuurketen van een eiwit.
- Peptidebinding
- De amidebinding in eiwitten die wordt gevormd tussen de carboxylgroep van het ene aminozuur en de aminogroep van een volgend aminozuur.
- Tripeptide
- Een stof waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit drie aminozuren.
- Essentiële aminozuren
- Aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken en die via de voeding moeten worden binnengekregen.
- Enzym
- Een eiwit dat werkt als biokatalysator.
- Biokatalysator
- Een stof die reacties versnelt zonder dat deze daarbij zelf wordt verbruikt.
- Actieve centrum
- Een specifieke plek op een enzym waar de beginstoffen van een bepaalde reactie kunnen hechten.
- Substraat
- De beginstof die reageert onder invloed van een enzym.
- Substraatspecifiek
- De eigenschap dat een enzym maar één bepaald substraat kan binden en één reactietype kan katalyseren.
- Sleutel-slotprincipe
- Het principe waarbij het substraat precies past op het actieve centrum van het enzym.
- Temperatuuroptimum
- De temperatuur waarbij een enzym het best functioneert.
- pH-optimum
- De pH-waarde waarbij een enzym het best functioneert.
- Denaturatie
- Het veranderen van een eiwit in een onwerkzame structuur.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–