FLEX-boek - 2 vmbo-t/havo - H5 - Begrippen 5.4
Publiek
Woorden in deze lijst (3)
Origineel
- Brutowinst
- Het bedrag dat je overhoudt van de omzet nadat je de inkoopwaarde ervan betaald hebt. Brutowinst = omzet - inkoopwaarde.
- Inkoopwaarde
- Het totale bedrag dat je als winkelier betaalt voor de inkoop van producten.
- Nettowinst
- De winst die je uiteindelijk overhoudt nadat je de inkoopwaarde en de bedrijfskosten betaald hebt. Nettowinst = brutowinst - bedrijfskosten.
–
–
–